Rubbens Edmond(us) catholique
né en 1894 à Zele décédé en 1938 à Zele
Ministre (industrie-travail, prévoyance sociale et colonies) entre 1934 et 1938(Extrait du Gentenaar, du 28 avril 1938)
Met verslagenheid werd Woensdag namiddag, in de wandelgangen van het Parlement, de tijding vernomen van het overlijden van den heer Edmond Rubbens, minister van Koloniën.
De heer Rubbens was reeds sedert verscheidene maanden ziekelijk. In het begin dezer maand was echter eenige beterschap in zijn toestand ingetreden en kon de minister van Koloniën de behandeling zijner begrootinge (uitgaven van het Moederland) in de Kamer bijwonen.
Kort nadien trad ongelukkiglijk eene inzinking in zijn toestand in dagen geleden verliet de heer Rubbens de hoofdstad om zich te Zele, zijn geboorteplaats, te gaan uitrusten.
De laatste dagen verslechtte zijn toestand en Dinsdag avond ontving de heer Rubbe,s de laatste Heilige Sacramenten.
Woensdag namiddag, te 1 uur, ontsliep de heer Rubbe,s zachtjes in den Heer.
De minister van Koloniën was slechts 44 jaar oud.
De heer Rubbens werd geboren te Zele, op 15 Januari 1894. Hij studeerde eerst aan St-Barbara-College te Gent en nadien aan het O. L. Vrouw-College te Dendermonde.
Na den oorlog verwierf hij de graden van doktor in de Rechten en in de politieke en Sociale Wetenschappen, aan de Leuvensche Alma Mater.
De heer Rubbens werd in 1921 op 27-jarigen leeftijd tot lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers verkozen, voor het arrondissement Dendermonde.
Op 25 Maart 1935 werd hij tot minister van Koloniën benoemd, in het eerste ministerie Van Zeeland. Hij bleef dit ambt waarnemen in het tweede ministerie Van Zeeland en in het ministerie Janson.
M. Rubbens heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt op parlementair gebied. Menig wetsvoorstel is aan zijn initiatief te danken. Jaren achtereen was hij verslagever van de begrooting van Arbeid en Sociale Voorzorg.
Hij bracht verder een merkwaardig verslag uit over de herziening van de Alcoholwet.
De heer schreef eveneens verscheidene werken en vlugschriften over de kantnijverheid, de opvoedkundige rol der Vlaamsche Studentenbeweging. enz.
Hij werkte verder mede aan “De Gids op Maatschappelijk Gebied”, aan “Ons Geloof”, aan de “Dietsche Warande en Belfort”, aan de “Revue Catholique des Faits”, enz.
De heer Rubbens werd tot doctor in Politieke en Sociale Wetenschappen gepromoveerd met een proefschrift over het leven van Edouard Ducpétiaux En de dood komt verrassen op het oogenblik dat zijne levensbeschrijving van den katholieken Staatsman, Prosper Poullet nagenoeg voltooid was.
Voor de christen-democratische beweging, waarin de heer Rubbens eene vooraanstaande rol speelde, beteekent zijn heengaan een zware slag. Ook voor het Departement van Koloniën, door dat er in dit zoo verfranschte departement, een einde gekomen, was aan de achteruitstelling der Vlamingen. Dit alles was aan de heer Rubbens te danken.
(Extrait de L’Indépendance belge, du 28 avril 1938)
M. Rubbens, ministre des Colonies, est mort mercredi à Zele
M. Rubbens était né à Zele, le 15 janvier 1894. Professeur aux écoles sociales catholiques de Louvain et de Bruxelles, publiciste, il avait fait toutes ses études moyennes au collège Sainte-Barbe, à Gand et au collège de la Sainte-Vierge à Termonde. Il fit ses études supérieures à l'Université de Louvain où il conquit le diplôme de docteur en sciences politiques ct sociales.
Pendant l'occupation allemande il fut secrétaire du Comité local de secours ct d'alimentation. et fonda l'Union Dentellière de Zele.
Elu membre de la Chambre des Représentants en novembre 1921, il intervint activement dans la discussion du projet de loi renforçant les articles 283 et 384 du Code Pénal, des propositions de loi relatives à la flamandisation de l'Université de Gand. Il prit part aux discussions soulevées par l'interpellation de M Fieullien contre la propagande immorale, fut rapporteur de la proposition de loi relative aux allocations familiales dans les cahiers de charges et des entreprises pour l'Etat. Il contresigna une proposition de loi modifiant l'article 4 de la loi sur les Conseils de Prud'hommes. etc.
A son initiative parlementaire sont dues également les propositions de loi accordant un nouveau délai aux victimes civiles de la guerre pour introduire les demandes en réparation des dommages subis (Loi du 29 juillet 1926), instituant un Office National pour allocations familiales (1927), modifiant la loi sur les pensions de vieillesse (1933).
M. Rubbens fut président de la Commission d’études en vue dc combattre l'alcoolisme (26 avril 1933) et membre de la Commission chargée de préparer la révision de la législation du régime de l’alcool (1929 à 1935).
Membre du Groupe démocratique chrétien et du Groupe catholique flamand, M. Rubbens était un Flamand convaincu, mais acquis aux solutions de raison et respectueuses de l'unité nationale.
Signalons encore, dan son activité parlementaire. que M. Rubbens fut rapporteur des budgets du Ministère du Travail et de la Prévoyance sociale, de 1928 à 1930, de 1932 et de 1933, des Affaires économiques de 1926, des projets de loi relatif aux allocations familiales (loi du 14 avril 1928) - protégeant l'authenticité des dentelles faites à la main (loi du 30 mars 1926) - relatif au travail à domicile (loi du 10 février 1934) - des projets de loi relatifs aux pensions de vieillesse (lois des 24 décembre 1929, 14 juillet 1930, 12 et 23 juillet 1932) - approuvant la Convention conclue entre la Belgique et les Pays-Bas relative à l'assimilation de leurs sujets quant l'application de la législation des deux pays en qui concerne l'assurance invalidité-vieillesse (1931).
Il fit également rapport à la Chambre sur les projets de loi relatifs aux frais d'entretien des mineurs en justice (loi du 13 avril 1928) - interdisant les milices privées et modifiant la loi relative au port des armes et au commerce des munitions (loi du 29 juillet 1934) - au régime de l'alcool (1928 et 1931) - aux pensions (loi du 21 juillet 1931) - aux secours à octroyer aux victimes des inondations (loi des 22 janvier 1929, 28 février 1931 et 6 mars 1931) etc.
Comme on le voit. M. Rubbens fut un député actif, conscient de l’importance de son rôle de législateur, et qui s'y voua tout entier avec un parfait sentiment de ses responsabilités.
Rien d'étonnant, dès lors, ce que M. Theunis ait songé à faire appel au jeune député de Termonde, lorsque, en novembre 1934, il fut chargé de constituer un gouvernement. M. Rubbens devint alors ministre du Travail et de la Prévoyance sociale, et le resta jusqu'au 29 novembre 1935.
A la démission du Cabinet Theunis, M. van Zeeland, le nouveau Premier Ministre, pria de lui conserver son concours et lui offrit le portefeuille des Colonies. M. P.-E. Janson lui demanda le 30 novembre dernier, de demeurer son poste.
On connait la belle carrière que fit à ce dépanement M. Rubbens, carrière à laquelle une mort prématurée vient de mettre fin brutalement.
M. Rubbens appartenait au mouvement démocratique chrétien.
Il avait succédé en 1927 à M. Heyman, en qualité de président de la Ligue générale des travailleurs chrétiens. La mort de cet homme intelligent, affable, doux, a causé dans les milieux politiques une émotion profonde.
* * *
(…) M. Rubbens était l'auteur de plusieurs ouvrages. notamment « De Vlaamsche Kantnijverheid » (1920) (L’Industrie Dentellière flamande) : « Om de Levensvraag», « Edouard Ducpétiaux » (1922), « De Opvoedkundige rol der Vlaamsche Studentenbeweging » (1922) (Le rôle éducatif du mouvement estudiantin flamand), « Een modern Sprookje » (1922), « Vlaanderen voor Christus », « Het gevaar van het Nationalisme » (1923) ; en collaboration avec M. Van Haver : « Teckenen, Versieren, Samenstellen » (Manuel pour I'enseignement du dessin décoratif) (1920), etc.
M. Rubbens publia aussi un grand nombre d'articles dans diverses revues, notamment dans « De Gids », « Op maatschappelijk gebied « Ons geloof » (Dietsche Warande en Belfort). « Vlaamsch rechtskundig tijdschrift », « Onze Jeugd », « Revue Catholique des Idées et des Faits », « Revue Catholique Sociale et Juridique », etc. Il collabora pendant plusieurs années au « XXème Siècle ».
(Extrait du Standaard, du 29 avril 1938)
Op 44-jarigen - eilaas - is te Zele overleden de h. Edmond Rubbens, minister van Kolonien. De mare heeft te Zele, geboorteplek van den h. Rubbens in het arrondissement Dendermonde, waarvan hij de vertegenwoordiger was in de Kamer, in het Vlaamsche land, waarvan hij een der gezaghebbende personaliteiten was en in het heele land dat hij tot zijn dood als Minister Van Kolonien heeft gediend. en begrijpelijke verslagenheid verwekt. Allen die hem goed hebben gekend en zijn politieke loopbaan hebben gevolgd van den dag af waarop hij besloten had zich aan de politiek te wijden, zijn diep onder den indruk bij den dood van een man. in de kracht van jaren, die als mensch, als echtgenoot, als vader van tien kinderen, waarvan het oudste 17 jaar en het jongste drie maand is, als dienaar van lands- en volksbelang. Als trouwe zoon van de Katholieke Kerk en als oprecht katholiek Vlaamsch strijder de achting van vriend en tegenstrever mocht en moest genieten en thans van den Eeuwige Rechter de belooning heeft gekregen voor den goeden strijd welken hij heeft gestreden. “Bonum certamen certavi”.
Eerst na den oorlog. toen hij, zooals zoovele anderen van zijn geslacht, de bange oorlogsjaren onder de bezetting had doorgemaakt en getuige was geweest van de historische gebeurtenissen van toen, ko, de h. Rubbens zijn studiën voltrekke. Hij promoveerde aan de Universiteit van Leuven tot doctor in de politieke en sociale wetenschappen en later tot doctor in de rechten. Voor de eerste maal werd hij tot Kamerlid voor het arrondissement Dendermonde gekozen na een bitteren strijd - naklank van de oorlogsgebeurtenissent. - De ingewijden zullen ons begrijpen. Sedertdien heeft de h. Rubbens zonder onderbreking zijn parlementair mandat vervuld, al heeft de h. Rubbens bij de jongste verkiezingen aangenomen de laatste plaats op de katholieke lijst in te nemen een strijdplaats.
In 1934 werd hij Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg, om later over te gaan naar het Minterie van Kolonien. Tusschenin heeft hij de functie vervuld van voorzitter van het Algemeen Christelijk Werkersverbond en van voorzitter van de Katholleke Unie.
Het is de tweede maal dat een minister in functie sterft. De h. Pecher, eveneens Minister van Koloniën, stierf te Brussel op 41-jarigen leeftijd. En zooals de h. Pecher wordt de h. Rubbens aan de zijnen ontnomen op het oogenblik waarop nog zoovele verwachtingen op hem waren gebouwd en hij nog een lange loopbaan bleek te zullen hebben. Doch God’s beraadslagingen zijn ondoordringbaar.
In het tengere lichaam van den h. Rubbens huisde een groote ziel. Hij had zich ook een ideaal voorgeschilderd, een ideaal van menschelijkheid en toewijding aan de belangen van de minst bedeelden in de samenleving. Geleid door principes van zuivere democratie, gebruikte hij zijn talenten om het lot te verbeteren van de arbeidende klas en van het gansche Vlaamsche volk, dat na den oorlog in alle oprichten moest worden opgetild. De christelijke arbeidersbeweging had toen de h Rubbens als een der jongste leden in de Kamer verscheen. in 1921 behoefte aan intellektueele krachten, welke zich volledig in den dienst stelden van een heerlijke zaak. Zijn politiel-sociale studies hadden hem daarop voorbereid.
De christelijke arbeidersbeweging ondergaat dan ook een gevoelig verlies en de arbeidende klas wordt beroofd van een stevingen steun en van een gewaardeerd raadsman.
Als Vlamingen magen wij de vele verdiensten niet onderschatten die de h. Rubbens verworven heeft in den strijd voor het volledig Vlaamsch rechtsherstel. De h. Rubbens was vanaf 1922 tot einde 1933 toezichter in den Raad van Beheer van de N. V. De Standaard en van zijn hand zijn herhaaIdelijk hoogst interessante bijdragen in ons blad verschenen, uit dewelke een geest ademde van oprechte en radikale Vlaamschgezindheid. De wisseIvaIIigheden van het politiek leven kunnen soms het radikalisme van een overtuiging naar bulten, eenigszins remmen, doch wij zijn ervan overtuigd dat de h. Rubbens als Kamerlid en als Minister, de oplossing van het Vlaamsche vraagstuk wou zooals wij zelf deze willen zien tot stand komen.
De h. Rubbens was een flink debater en een kalm maar treffend debater. Velen zullen zich wellicht de debatavonden herinneren die door de studenten te Leuven werden ingericht en waarop de h. Rubbens debateerde met de hh. Borginon en Vos, over federaIisme en over de meest geschikte en praktische middelen om voor Vlaanderen datgene te bereiken wat Vlaanderen’s kultuur dienen kan. De h. Rubbens zocht de waarheid. Hij poogde zich door studie en overpeinzingen een overtuiging te vormen. Doch hij wou Vlaanderen geven al wat Vlaanderen dienstig kon zijn als deel van het gemeenschappelijke vaderland.
De h. Rubbens was ook een optimist. Toen wij hem verleden jaar mochten ontmoeten op een der Brusselsche lanen en spraken over den politieken toestand die toen uiterst beworen was, zei hij gerustellend : “Er drijven donkere wolken boven het land. Doch die wolken zullen wegdrijven.” Hij had ook een rotsvast vertrouwen in de herwording van de Katholieke Partij en aan zijn initiatief is het te danken dat de traditie werd hervat van de grootsche kathoIieke congressen van Mechelen.
Wij treuren bij het heengaan van een jeugdig Katholiek gezaghebbend Vlaming.
Degenen, die de geschiedenis van ons land na den oorlog zullen schrijven, zullen zijn naam vermelden in dankbare herinnering.
Aan mevrouw en aan hare tien kinderen, aan de gansche familie Rubbens, bieden wij uit ganscher harte onze oprechte christelijke deelneming.
(Extrait du Standaard, du 29 avril 1938)
Een en ander uit het leven van minister Rubbens
Wat hij als minister van Koloniën verwezenlijkte verdient eveneens groote aandacht. Hij was de eerste die als leider van dit departement zich daadwerkelijk bekommerde met de koloniale opleiding der Vlaamsche ambtenaren en agenten. Daarom voerde hij Nederlandsche cursussen in aan de koloniale hoogescholen van Antwerpen en Brussel - een maatregel die waarlijk baanbrekend mag heeten. Verder deed hij de voornaamste wettelijke en reglementaire schikkingen betreffende de kolonie in het Nederlandsch vertalen, en heeft hij onlangs de beslissing getroffen dat de uiteenzetting van de motieven, der decreet-ontwerpen in de beide nationale talen zou opgesteld worden, terwijl hij bij den Kolonialen Raad het voorstel besloot in te dienen, strekkend tot de opstelling in beide landstalen van de verslagen en van het Beknopt verslag van dezen raad.
Van groot belang op koloniaal gebied was zijn initiatief om een Dienst voor Kolonisatie op te richten. Verder is de nieuwe wetgeving inzake de koloniale mijnen, welke sedert 1 Januari jl. van kracht is, aan hem te danken. Ten slotte heeft de h. Rubbens de conversie verwezenlijk van de Congoloeesche rentenen de interest, die aan de koloniale vervoermaatschappijen gewaarborgd wordt op den eenvormigen rentevoet van 4 t. h. teruggebracht.
Ten slotte ontwikkelde de overleden minister een groote bedrijvigheid in het parlement als verslaggever van allerhande begrootingen en wetsontwerpen.
Aan zijn initiatief zijn de wetsvoorstellen te danken, waarbij een nieuw tijdbestek wordt verleend aan de burgerlijke oorlogsslachtoffers voor het indienen der aanvragen tot herstel der geleden schade (wet van 29 Juli 1926). - waarbij een Nationale dienst kindertoelagen wordt tot stand gebracht (1927) - waarbij de wet op de ouderdomspensioenen wordt gewijzigd (1933).
(Extrait du Standaard, du 29 avril 1938)
Minister Edmond Rubbens overleden. Een gezaghebbend Vlaamsch, Katholiek en sociaal voorman
In Memoriam Edmond Rubbens
Het nieuws van het overlijden van Edmond Rubbens zal in aIIe katholieke en in alle Vlaamsche kringen van ons land, met smartelijk Ieedwezen worden vernomen. Pas nu zal volop worden ondervonden, welke vooraanstaande plaats deze bescheiden, door goede, wijze jonge Staatsman, niet enkel in ons openbaar leven, maar ook in het hart van al degenen die hem hebben gekend, had ingenomen. Wat is dit jeugdig afscheid diepdroef !
Voor schrijver dezes, is het heengaan van Edmond Rubbens, het verlies van een vriend van meer dan dertig jaar, onafgebroken en zonder de minste schaduw : het wegnemen van een kostbaren raadgever, die zich altijd in de meestverscheiden toestanden kon inleven en steeds met een verwonderlijk juisten kijk. menschen. instellingen, evoluties op gedachtenterrein kon schetsen en schatten. Er ging van Edmond Rubbens dit, een sereniteit, die niets anders was dan levenservaring en ook een tikje weemoed, mijlenver nochtans van onverschilligheid, maar die eenvoudig was een afgekeerdheid van alle voortvarende bevliegingen en van alle grootpraterij.
Door geheel zijn levenshouding ging een gezond realisme, dat hem belette b.v. de Vlaamsche krachten te overechatten. Oprecht Vlaamschgezind zou men van Edmond Rubbens nooit rockelooze gebaren hebben vernomen. Langzaam, duurzaam. stevig : zulks waren zijn leuzen, die hij ook op sociaal terrein toepaste.
Edmond Rubbens had zijn middelbare studies gedaan aan het Ste Barbara College bij de Paters Jezuieten te Gent. Hij studeerde aanvankelijk in de geneeskunde te Leuven en was er één van de steunpilaren van het pas-opgerichte Waterkasteel. Na de oorlog zou hij er studeeren in de sociale en politieke wetenschappen waarin hij het doctoraal barret verwierf met een proefschrift over “Edouard Ducpetiaux” (eerste deel later aangevuld door een tweede deel). Tot volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Dendermonde verkozen, kwam hij later nog te Leuven zijn studies aanvullen, om er het doctoraat in de Rechten te bekomen.
Langzamerhand was zijn sociale zin gerijpt en werd hij tot één der meestvooraanstaande leiders van de ChristeIijke Arbeidersbeweging. Deze beweging verliest dan ook in Rubbens een van degenen, naar wier raad steeds werd geluisterd en die met breeden kijk de sociale nooden van den arbeidersstand begreep. Het was als volksvertegenwoordiger der christelijke arbeiders, dat hij in de Regeeringen zetelde.
Rubbens is vooral geweest een buitengewoon- intelligente, zeer gecultiveerde Vlaamsche gentleman, die de kunst verstond zooals niet één, om met de menschen om te gaan, en die met zijn zeer-diepe christelijke levensovertuiging, een uitzonderlijk-breed overzicht had veroverd over de algemeene gang van het gedachtenleven en ook van het openbare leven in België.
Er is hem soms verweten, dat hij meer passief de stroomingen opving, ze méér trachtte te kanaliseeren, dan net actief-leidend de gebeurtenissen te beheerschen en in een door hem gewenschte richting te leiden. Wij achten dit verwijt onzegrond. Rubbens wist zeer goed wat hij wilde poogde dan ook logisch, vastberaden, naar de mate dat zulks hem werd gegeven, de toestanden te beïnvloeden in den zin, dien hij rechtmatig en behoorlijk achtte.
Alleen de schijn is echter juist. Maar zulks kwam hierbij, dat hij weigerde de voorhanden krachten te overschatten : dat hij liever de leus van de doelmatigheid huldigde dan de leus van het lawaai en het onverantwoordelijk gebaar. Wie weet, wat Ministrer Rubbens in den Raad van de Ministers door zijn persoonlijk optreden heft verwezenlijkt en wat hij in het Ministerie van Koloniën, zonder gerucht, maar in de feiten, heeft tot stand gebracht, zal dit oordeel beamen.
* **
Een goede vriend is ons ontvallen. Een wijze politieke man is van ons weggerukt. Geheel onze katholieke bevolking zal om zijn verscheiden treuren. Onze Christelijke Arbeiders ondergaan een zeer groot verlies. Ook onze Vlaamsche intellectueele kaders, die niet reeds zeer rijk zijn, worden verarmd door zijn heengaan.
Maar, vooral denken wij met grievend medeleed aan zijn gezin, aan de moedige Mevrouw Rubbens, aan zijn tien kinderen, onder wie nog geen enkel den vaderlijken steun kan ontberen. Hier weent ons hart…
Goede Vriend Edmond, gij zijt steeds voor ons een voorbeeld geweest van besproken levenswandel, van onverpoosde verkzaamheid, van ongekende trouw aan uw idealen. Uw aandenken blijft ons dierbaar en onze gebeden vergezellen U.
Tot weerziens.
Fernand Van Goethem.
(Extrait de L’Indépendance belge, du 28 avril 1938)
M. Rubbens, ministre des Colonies, est mort mercredi à Zele
Comme le temps passe ! C’est aux élections de 1921 - il y a dix-sept ans déjà et j’ai l’impression que c’est hier - qu'Edmond Rubbens fut député de Termonde.
Je le revois, l'air extraordinairement jeunet, pénétrant pour la première fois dans l’hémicycle de la Chambre. Comme je demandais à un de ses collègues quel était ce jeune homme aux yeux vifs, à la figure étonnamment ouverte, il me répondit : « C'est Edmond Rubbens. Vous verrez, il fera parler de lui. C’est un flamingant outré, dont les conceptions ne sont guère différentes de celles des frontistes. »
Mon interlocuteur se trompait étrangement. Entre Edmond Rubbens et les nationalistes flamands, il n’y avait, à cette époque déjà, rien de commun. Ce Flamand cent pour cent, aimant sa langue et sa race par-dessus tout, ne sépara jamais, dans son cœur, la Flandre de la Belgique. De cela, j'eus l’impression très nette dès ma première conversation avec lui, dans le courant de 1921. Loin de rencontrer un démagogue, j’eus plaisir de pouvoir apprécier en lui un homme tout d'une pièce, dévoué à ses idées, mais d’une souriante indulgence pour les idées des autres. J'eus l'occasion, par la suite, de multiplier les contacts avec le jeune député, qui devait bientôt devenir un jeune ministre. Il possédait une culture étourdissante, nullement cantonnée dans les lettres flamandes, et je me souviens d'avoir discuté avec lui des mérites de quelques-uns des plus modernes parmi les poètes français, ainsi que de l’œuvre de Charles Maurras, qui n'avait aucun secret pour lui.
A la Chambre, Edmond Rubbens s'imposa rapidement. Bien que n’intervenant à la tribune qu'en de très rares occasions, il fit apprécier la rectitude de son jugement, ainsi que sa facilité à s’assimiler toutes les questions et tous les problèmes.
Démocrate chrétien, il le fut avec toute l'ardeur d'une conviction raisonnée. Mais, encore une fois, possédant au plus haut degré le sens de l'Etat, il rejetait bien loin de lui toute espèce de démagogie, pour ne songer qu'à donner un peu de bien-être à ceux qui en avaient été trop longtemps privés.
Ministre du Travail dans les Cabinets Theunis et de Broqueville, ministre des Colonies dans le Cabinet van Zeeland, il s'acquitta de ses délicates fonctions de telle manière qu'il trouva grâce même devant ses adversaires politiques les plus acharnés. Grâce à l'influence qu'il possédait tant à la Chambre que dans le pays, il était appelé à jouer un rôle de jour en jour plus important. Sa disparition, à un moment où la Belgique manque étrangement d’hommes et de caractères, laissera, dans notre monde politique belge, un vide difficile à combler.
(Voir aussi : GERARD E., Rubbens, Edmond, sur le site de la Digitale Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (consulté le 18 avril 2026)