Accueil Séances Plénières Tables des matières Législation Biographies Documentation Note d’intention

Neven Paul (1870-1946)

Portrait de Neven Paul

Neven Paul, Pierre, Hubert libéral

né en 1870 à Tongres décédé en 1946 à Tongres

Représentant 1908-1912 et 1914-1925 et 1929-1932 et 1936-1938 , élu par l'arrondissement de Tongres-Maeseyck

Biographie

(Extrait du La Dernière heure, du 28 décembre 1946)

Nous apprenons la mort, survenue à Tongres. de M. Paul Neven, notaire, ancien bourgmestre libéral de cette ville et ancien vice-président de la Chambre des Représentants.

M. Neven fut élu conseiller provincial du Limbourg en 1904 et conseiller communal en 1908. Il fut nommé bourgmestre de Tongres le 15 janvier 1927. Il entra la Chambre le 24 mai 1908 et y fut réélu à diverses reprises, et, pour la dernière fois, le 24 mai 1936.

Notaire à Tongres depuis 1899. il fut président de la Chambre des notaires de l'arrondissement.

En 1914, au début de la guerre, il fut emprisonné comme otage par les troupes allemandes. Il parvint à fuir en France et s'y distingua par son activité toute désintéressée et dévouée au service des soldats et des réfugiés belges. Il fonda notamment l'œuvre du Foyer du Soldat belge, l'Association générale ct la Coopérative belges à Paris.


(Extrait du Het Laatste Nieuws, du 28 décembre 1946)

Uit Tongeren wordt ons gemeld van den h. Paul Neven, die gedurende lange jaren het arrondissement Tongeren-Maaseik in de Kamer heeft vertegenwoordigd. De teraardebestelling heeft plaats aanstaanden Maandag om 11 u.

Het heengaan van den h. Neven zak algemeen betreurd worden. Hij was een overtuigd liberale Vlaming, die steeds geijverd heeft voor het Vlaamsche rechtsherstel en voor de goede verstandhouding tusschen Walen en Vlamingen.

Eerlijk optomend voor zijn overtuiging, een voorbeeld van verdraagzaamheid en gematigd inzicht, genoot hij het algemeen vertrouwen. Als democraat was hij bijzonder volksgeliefd in zijn streek.

Het werk van volksvertegenwoordiger Neven werd ten zeerste gewaardeerd. Hij werd tot voorzitter benoemd van talrijke commissies belast met het onderzoek van belangrijke wetsontwerpen. Tevens nam hij het ondervoorzitterschap van de Kamer waar.

In beide oorlogen heeft hij zich voorbeeldig gedragen.

En welgevulde loopbaan

De h. Neven werd geboren op 28 December 1870. In 1904 werd hij tot provincieraadslid van Limburg verkozen. In 1908 werd hij gemeenteraadslid en in 1927 burgemeester van Tongeren.

In 1908 werd de h. Neven volksvertegenwoordiger gekozen. Herhaaldelijk werd zijn parlementair mandaat vernieuwd, de laatste maal in 1936.

Notaris te Tongeren sedert 1899 werd hij aangesteld als voorzitter van de kamer der notarissen van het arrondissement.

Bij den aanvang van den Duitschen inval, in 1914. werd de h. Neven als gijzelaar aangehouden. Naderhand kon hij Frankrijk bereiken waar hij zich ten dienste stelde van de Belgische vluchtelingen. Hij zetelde als voorzitter van de wervingscommissie, was lid van het centraal comité voor de Belgische vluchtelingen, stichter en ondervoorzitter van het Werk van den Haard van den Belgischen Soldaat, stichter en voorzitter van talrijke andere groepeeringen ten bate van de Belgische uitgewekenen.

Na zijn terugkeer in België werd hij in 1920 afgevaardigde van de Kamer bij de vaste commissie der mutualiteiten, lid van het beschermingscomité voor arbeiderswoningen van het arrondissement Tongeren, voorzitter van de commissie tot beheer der gevangenissen te Tongeren en voorzitter van de commissie van onderzoek der Duitsche verwoestingen en wreedheden.


(Extrait du Pourquoi pas ?, du 3 janvier 1947)

Paul Neven, qui vient de mourir à Tongres à l'âge de 76 ans, occupait une des importantes études de notaire du Limbourg depuis 1899, soit depuis près d'un demi-siècle, succédant à son père, en charge lui-même durant de nombreuses années. Il avait été élu député libéral en 1908, le second de cette sorte en Limbourg après Clément Peen, élu lui-même par l'arrondissement de Hasselt en 1904. Neven avait fait d'abord un stage de quatre ans au Conseil provincial du Limbourg, où il était entré en en balayant le président, vieux Tongrois très considéré que son jeune et bouillant concitoyen avait désarçonné du premier coup. Peten et Neven représentèrent longtemps de conserve au Parlement, et avec quelle prestance, quel cran, le libéralisme limbourgeois auquel la découverte du bassin houiller de la Campine paraissait assurer de belles destinées. Ils étaient de la lignée des Dr Persoons, Adolphe Buyl, Georges Rens, César Vandamme, Dr. De Jaegher, etc., qui tous avaient conquis leurs sièges à la force du poignet et dont le dernier représentant, M. le Alfred Amelot, semble occuper une position définitive.

Ce furent des précurseurs. Démocrates avant la lettre, d’une sincérité et d'un dévouement comme il ne s'en rencontre plus guère, ils militèrent avant tous autres pour les lois ouvrières : limitations des heures de travail, minimum de salaires, pensions de vieillesse, pour l'instruction obligatoire., le service personnel et ce suffrage universel dont ils devaient être plus ou moins les premières victimes. Seuls ceux qui les ont secondés depuis le début - et ils deviennent rares aussi hélas ! - savent ce que ces valeureux soldats d'une noble idée dépensèrent d'énergie et... d'argent pour assurer leurs élections dans ces campagnes du plat pays flamand figées dans leur immobilisme ou comme gelées dans l'indifférence. Les tournées électorales - les premières en auto - se heurtèrent aussi parfois à une hostilité féroce. Les populations armées de gourdins, de pierres ou de briques n'hésitaient pas à en faire usage parfois quand leur excitation avait été poussée au paroxysme. Ces lutteurs se distinguaient généralement cependant par leur bonne humeur, leur esprit de tolérance, et leur respect des convictions, leur dévouement à ceux, de plus en plus nombreux, qui leur demandaient secours, sans jamais se soucier de leurs opinions, ni de leurs origines. C'est là le secret de la popularité de bon aloi dont les Peten et les Neven jouirent rapidement et qui fait qu'aujourd'hui encore, dans les coins les plus reculés de la province, on retrouve la trace vivace de sympathies semées à plein vent, même avant l'autre guerre.

Paul Neven, par la plume, car il s'occupait activement de ses journaux, par la parole et par les actes, ne cessa jamais de pousser son vigoureux sillon. Obligé par la faculté d'abandonner en 1938 ses fonctions de bourgmestre de Tongres et de député, il passa dangereusement la grande tourmente, et, la libération enfin venue, parut connaître lui aussi un renouveau. On le vit à Bruxelles notamment lors des fêtes du Centenaire de son Parti et l'on sait de quelle unanime et émouvante ovation fut salué le brillant hommage que lui rendit le ministre d'Etat Albert Devèze. Neven fut en Limbourg l'homme de son Parti, il y incarnait le Drapeau !


(Extrait du Pallieter, du 27 février 1927)

Toen Neven in de Kamer zat vond men nooit gelegenheid cm zijn gezicht in de gazet te clicheeren. Hij zat daar, zooals. de meesten, wat rond te kijken en te praten en was er vooral op zijn plaats in de koffiekamer waar zijn welgedane persoonlijkheid den malschen zetel vulde en een flinke sigaar de uitdrukking van zijn gezicht volledig maakte.

Toen Neven uit het Parlement verdwenen was merkte niemand het op. Vermits hij toch altijd zweeg miste niemand het geluid van zijn stem. En in de koffiekamer waren er toch steeds genoeg om te rooken en herbergpraat te vertellen van uit de zetels. Limburg verloor in hem den laatsten vertegenwoordiger van “le parti de l'ordre“, want samen met Peten, zeer gekend in de wereld van de paardenfokkers, oefende hij er de zwijgende vertegenwoordiging uit van die provincie.

Hij is dik, blozend, voldaan over de wereld en zichzelf. Het index-cijfer en het dure leven hebben geen verwoestingen aangericht op zijn bloeiend gezicht dat altijd gereed staat om te lachen op een gemakkelijke mop.

Nu is hij burgemeester, burgemeester van Tongeren. Daar is een manifestatie geweest en in het verslag van de liberale bladen stond te lezen dat de « vreugde op aller gelaat straalde». Zeer eigenaardig is het de vreugde van een bevolking langs de straten te zien stralen. Gij weet welk speciaal uitzicht dat aan een massa geeft.

* * *

Maar die inhaling van Neven was een heel bijzondere gebeurtenis. Sedert 1830 was er te Tongeren geen burgemeester geweest van de “parti de l’ordre” zoodat België in alle gerustheid zijn honderdjarig jubilee zal mogen vieren met de gedachte dat er te Tongeren toch nog iemand is die de feestzaal binnentrad, omgeven door Devèze en Petitjean, onder het dreunen van de Brabançonne.

En die hebben er dan ook gesproken, “en français et en flamand”, zooals de Belgische orde dat wij.

Zie, daarvoor alleen zou men wel een reisie naar Tongeren maken om Devèze vlaamsch te hooren spreken. Want hij heeft het geleerd ten tijde dat hij prefect was van de Congregatie in St-Louis. Hij heeft het geleerd zooals men dat in Brussel leert en zooals men dat durft spreken op een inhuldiging van Neven.

Maar het gewichtigste zei hij in 't Fransch. En wij zijn er hem dankbaar voor want zoo weten wij hoe verdienstelijk een man die Neven is. In den oorlog - want Devèze spreekt over anders niets - heeft onder andere (over die andere heeft Devèze niets gezegd) te Parijs zijn ziel uitgestort in het werk van “Le secours belge”. Een prachtige instelling, mijnheer, ongelukkig niet gekend door de soldaten, alleen gekend door degenen die er een paar uren in de week kwamen doorbrengen.

Ja, Devèze, gij hebt gelijk “de oud-strijders hebben Paul Nven eeuwige dankbaarheid zworen.” Nu ten minste weten zij wat zij aan hem te danken hebben.

Want, ziet ge, tot op dit oogenblik hadden zij daar geen het minste besef af.