Accueil Séances Plénières Tables des matières Législation Biographies Documentation Note d’intention

Mechelynck Louis (1854-1924)

Portrait de Mechelynck Louis

Mechelynck Louis, Albert, Josse libéral

né en 1854 à Gand décédé en 1924 à Gand

Représentant 1904-1924 , élu par l'arrondissement de Gand-Eecloo

Biographie

(Extrait du Het Laatste Nieuws, du 11 mars 1924)

Zooals in ons blad van gisteren, onder de laatste berichten verscheen, is de h. Albert Mchelynck, liberaal volksvertegenwoordiger voor Gent en ondervoorzitter der Kamer, Zondagmiddag overleden, aan een leveraandoening, verscherpt door oververmoeinis. De h. Mechelynck spaarde zich namelljk geen inspanning om zijn taak in het Parlement met de grootste nauwgezetheid en meest onverdroten ijver te vervullen.

De h. Mechelynck was geboren te Gent, op 28 December 1854.

In 1876 werd hij, in de Universiteit te Gent, gepromoveerd tot dokter in de rechten en werd drie jaar later opgenomen bij de balie.

Hij nam al vroeg deel aan den politieken strijd. Van 1884 tot 1903 was hij provinciaal raadslid ; op 29 Mei 1904 zonden de liberale kiezers van Gent hem naar de Kamer.

Hier trad hij weldra op het voorplan. Op 14 November 1919, werd tot ondervoorzitter van de Kamer gekozen.

Tijdens de bezetting trad de h. Mchelynck, te Gent op als voorzitter van het steunkomiteit. Dat was een zware taak in die groote nijverheidsstad. Wegens zijn krachtdadige houding in verband met de Duitsche aanmatigingen, werd hij gevangen genomen en opgesloten.

Op dien maatregel antwoordde de Gentsche balie door den gevangene te verkiezen als statbouder voor de jaren 1916 en 1817.

Gelukkig kon de h. Mechelynck aan de wegvoering ontsnappen. Toen hij weer vrij was, ging hij voort met zich te wilden de belangen van zijn stadsgenooten, tot de wapenstilstand kwam.

De overledene was vooral flink onderlegd in de financieele kwesties. In de Kamer werd bij geregeld aangewezen tot verslaggever van de begrooting.

Zooals wij hierboven schreven, was de h. Mechelynck een buitengewoon hard werker, die zich met alleen moelijkn ijver wijdde aan 's lands belangen. Hij genoot dan ook in de parlementaire wereld een algemeen erkand gezag.


(Extrait du De Nieuwe Gazet, du 10 mars 1924)

De heer Mechelynck, ondervoorzitter der Kamer, is Zondag namiddag overleden aan de gevolgen van en bloedopdrang.

De her Mchelynck had den ouderdom van 70 jaar bereikt.

De afgestorvene maakte sedert talrijke jaren deel uit van de Kamer, waar hij een der vooraanstaande liberale mandatarissen was.

Hij zou binnen kort tot de waardigheid Staatsminister zijn verheven geworden.

Als voorzitter der commissie van financiën heeft hij dikwijls blijk gegeven van veel kennissen op het gebiend van het Staatshuishouden.

De heer Mchelynck heeft ook, in vroeger jaren deel gemaakt van het toenmalig liberaal gemeentebestuur der stad Gent.

Hij was advocaat en aan de balie van Gent zeer gewaardeerd.

Gedurende de jaren 1916 en 1917 was hij er stokhouder.

Als politiek man, kwam,de heer Mchelynck voor 't eerst in den Provincieraad van Oost-Vlaanderen in 1884, waarvan hij lid bleéf tot in 1903. Hij werd den 29 Mei 1901 tot volksvertegenwoordiger gekozen en bleef dan voortdurend lid der Kamer, waarvan hij den 16 December 1919 tot tweeden ondervoorgitter werd benoemd.

De achtbare volksvertegênwoordiger was groot-officier der Kroonorde, en ontving het Burgerkruis 1914-18 van eerste voor zijn vaderlandsche bevrijdingheid tijdens een oorlog.

De heer Mechelynck was de vader van den heer M. E. Mechelynck, van ons Antwerpsch parket.


(Extrait du De Nieuwe Gazet, du 11 mars 1924)

De Kamer kan tegen geen verlies en niettemin is een van onze beste en respectabelste parlementairen heengegaan, Albert Mechelynck die reeds 20 jaar in de Kamer zetelde, heeft ook de achting van zijne politieke tegenstrevers afgedwongen. Van hem heeft men den eersten ondervoorzitter der Kamer willen maken, doch men botste tegen kleingeestigheid en zoogezegd poolitiek doseeren. Albert Mecheynck werd niettemin gehuldigd als de rechte man in de rechte plaats.

Hij was immers een voorbeeld van plichtsvervulling en parlementairev werkzaamheid. De staatsfinanciën kende hij vooral. Zoo heeft hij daarover menig rapport geschreven. Hij was ook eene autoriteit in zake reglement der Kamer. Overtuigd liberaal was Mechelynck een handelbaar man en een toeschietelijk kamrlid. Hij was een der wijzen van de Kamer waar men al te veel onwijzn aantreft. Wat stijf van voorkomen en zelfs wat provinciaal, was hij niettemin een man van hart en een diep eerlijk man, die zich dood gewerkt heeft. Nog op de jongste vergadering van den landelijken raad der liberalen had hij een brief van verontschuldiging aan dezes president E. Pecher geschreven in termen die de toejuichingen van de vergadering uiflokten. De vergadering stuurde hem toen een hartelijk telegram met wenschen van herstel. Mechelyncks heengaan is een groot verlies voor de liberale partij niet alleen te Gent maar in het land.

De begrafenis van den heer Mechelynck zal plaats hebben Dondérdag, om 3 uur.

Men meldt dat, dato 8 Maart, de Koning, in verb met de groote diensten, door den heer Mechelynck aan het Land bewezen,hem “in-extremis” den titel van Staatsminister heeft geschonken.


(Extrait de La Dernière Heure, du 11 mars 1924)

Une des plus vives lumières, un des orateurs les plus concis du Parlement belge vient de s'éteindre. M. Albert Mechelynck, député de Gand, est mort en cette ville après un courte mais douloureuse maladie.

Peu d’hommes ont sacrifié autant que lui à la réalisation d'un idéal ; alors que l'on voit, comme aujourd'hui encore, les politiciens boursouflés d'orgueil se disputer âprement desportefeuilles, rechercher les prébendes et sinécures : lui, se tenait l'écart de toutes les compromissions vaniteuses ou intéressées qu'il dédaignait avec mépris. Il personnifiait le Travail dans tout ce qu'il a d'élevé et de noble. Il accomplissait sa tâche quotidienne sans bruit, discrètement, s'efforcant qu'on ne le remarquât point ; il eut trouvé indigne, en effet, d'attirer sur lui l’attention d'autrui. Ce n'est pas Albert Mechelynck que les Athéniens eussent envoyé en exil comme trop encombrant ! Il accomplissait son devoir sans plus, mais que de grandeur pour lui dans ce mot ! Dans le domaine abstrait des finances et du droit, il était un véritable maitre ! Aussi, de quelle autorité sa parole ne disposait-elle pas devant la Chambre ?

Tôt levé, il lui arrivait d'être à la Chambre avant l'ouverture des portes Là, il recherchait quelque endroit silencieux et, entouré de documents, il préparait la besogne des Commissions ; car c'est un fait, que la plupart des Commissions c'était lui-même. Il en était le président, le rapporteur, l'âme ! Lorque ses collègues se réunissaient pour délibérer, la besogne était faite et il ne leur restait guère plus qu'à entériner des conclusions, d'ailleurs inattaquables, tant elles étaient logique même.

Le sentiment du bien le préoccupa depuis son entrée dans la vie publique jusqu’à sa mort. Sous des apparences de froideur, il mettait de l'enthousiasme en tout. On l’a vu encore dans cette de la flamandisation de l'Université de Gand, qui lui valut, pendant la guerre déjà, de durs moments. Il lutta contre les Allemands pour la défense de ce foyer de lumière que nos ennemis voulaient éteindre en Flandre. Albrt Mechelynck fut arrêté et jeté en prison.

Carlyle dit que les vrais héros furent des hommes de devoir. Le député libéral de Gand aura été de ceux-là. Il emporte avec lui le respect et l'admiration da pays qu'il a servi sans une minute de défaillance et qu’il a aimé par-dessus tout !

* * *

Albert Mechelynck est né à Gand le 28 décembre 1854.

Il fut élu conseiller provincial en 1884, mandat qu’il occupa jusqu’en 1903, date à laquelle il entra au Parlement. Depuis cette époque, il fut réélu dans discontinuer.

La Chambre l'appela à la vice-présdenc dès 1918.

Il fit partie de tous les comités scolaires de Gand ainsi que des multiples conseils et commissions, tant parlementaires qu’urbaines.

Toutes les œuvres libérales portent l’empreinte de sa personnalité. Il était membre du Conseil supérieur des métiers et négoces, de la Caisse d'Epargne et de Retraite, des Dommages de guerre. des Familles nombreuses.

Entré tout jeune aa barreau, il avait été nommé juge suppléant dès 1880 ; il assuma ces fonctions jusqu'en 1919. Tout jeune encore. il fit partie de la garde civique où il exerça un commandement.

Albert Mechelynck fut mêlé à toutes les manifestations publiques de sa chère cité.


(Extrait de Van Andriesschool tot Zondernaamstraat gids door 150 jaar liberaal leven te Gent, pp.44-45, disponible sur le site liberas.eu (consulté le 3 février 2026).

Albert Mechelynck was de kleinzoon van de Gentse burgemeester Judocus Delehaye . Na zijn atheneumjaren studeerde hij rechten aan de Gentse universiteit, waar hij in 1876 promoveerde. In 1879 schreef hij zich in aan de balie, waar zijn gedegen dossierkennis snel opviel. Datzelfde jaar werd hij lid van het bestuur van de liberale associatie en in 1884 werd hij verkozen tot provincieraadslid. In 1904 maakte hij de overstap naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers waarvan hij lid bleef tot zijn overlijden in 1924. Van 1919 tot 1924 was hij er ondervoorzitter.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte hij bekend bij het bredere publiek via zijn activiteiten in het Nationale Hulpen Voedingscomité afdeling Gent. Daarnaast speelde hij een niet onbelangrijke rol in het verzet Vaderlandslievende Acties. Hij verleende ook juridische bijstand aan diegenen die voor de Duitse tribunalen moesten verschijnen en in zijn boek Convention de La Haye uit 1915 verwees hij impliciet naar de door de Duitsers geschonden rechtsregels. Op 29 juni 1916 werd hij gearresteerd, naar de gevangenis aan de Nieuwe Wandeling overgebracht en gedurende een maand op secreet geplaatst. Protest van zijn collega’s van de balie, die hem bij zijn afwezigheid tot stafhouder hadden gekozen, zorgde voor zijn vrijlating.

Na de oorlog wijdde hij zich vooral aan de reorganisatie en de democratisering van de Liberale Partij. Hij had de vooroorlogse debatten over het kiesrecht op de voet gevolgd en had zich als weinig anderen binnen de partij gerealiseerd dat de invoering van het algemeen stemrecht een radicale heroriëntering noodzakelijk maakte. De kiesstrijd zou zich voortaan in elke wijk en in elke straat afspelen. Mechelynck had reeds van bij zijn intrede in de politiek de vorming van liberale WiJkkringen gestimuleerd en toegejuicht, en ook via de vrijmetselaarsloge le septentrion, waarvan hij tussen 1891 en 1895 Achtbare Meester was, verspreidde hij zijn ideeën over een socialere en meer democratische samenleving. Een volgende stap was de vorming van een nationaal partijbestuur dat vooral een coördinerende rol kreeg toegewezen. Met de steun van de invloedrijkste lokale afdelingen en de belangrijke hulp van de nationale Liberale Jonge Wacht werd dit in 1920 gerealiseerd en Mechelynck werd de eerste nationale partijvoorzitter.

Begin 1924 werd hij zwaar ziek. Op 9 maart benoemde koning Albert I hem nog tot minister van Staat, hoewel hij nooit minister was geweest, en enkele uren later overleed hij. Zijn begrafenis bracht een massa volk op de been. Mechelynck vond een laatste rustplaats op de Westerbegraafplaats waar hij werd bijgezet in de familiekelder.

Een maand na zijn overlijden nam een comité onder leiding van Camille de Bast het initiatief om een monument voor Mechelynck op te richten en in 1925 verrees op het Sint-Annaplein het standbeeld, gemaakt door Hippolyte Leroy. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verwijderden enkele Duitsgezinden het bronzen borstbeeld en gooiden het aan de Visserij in de Schelde. Na de oorlog werd het beeld bovengehaald en de herin huldiging vormde het sluitstuk van de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van november 1946. De CVP won deze verkiezingen en Emile Claeys werd de eerste niet-liberale burgemeester van Gent sinds... Josse Delehaye, de grootvader van Albert Mechelynck