Verachtert Joseph, Marie catholique
né en 1866 à Gand décédé en 1941 à Lemberge
Représentant 1912-1929 , élu par l'arrondissement de Turnhout((Extrait de GOVAERT J., Een sociaal-politieke studie van de volksvertegenwoordigers van de arrondissementen Antwerpen, Mechelen en Turnhout (1870-1912) , disponible sur le site ODIS (consulté le 5 mars 2026))
Jozef (of Jos) Verachtert werd geboren in Noorderwijk bij Herentals. Zijn vader Augustinus Verachtert was afkomstig uit Vorst en zijn moeder Florentina Daems kwam uit Morkhoven. 7
Tot in 1891 studeerde hij rechten in Leuven. Daarna vestigde hij zich als advocaat in Geel, waar hij in 1892 huwde met Maria Joanna Moortgat, de kleindochter van de vroegere Geelse burgemeester Jacques Moortgat. Door zijn huwelijk behoorde Verachtert meteen tot de socio-economische en de politieke elite van Geel. Het echtpaar woonde op de Grote Markt in het grote herenhuis van de familie Moortgat en kreeg twee kinderen: Maria Rosalia en Carolus Josephus.
De jonge advocaat stapte snel in de Geelse politiek. Al in 1894 werd voor het kanton Mol verkozen in de Antwerpse provincieraad en het jaar nadien was hij kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen. Voor het eerst in 25 jaar probeerden de liberalen onder leiding van de flamboyante aannemer August Leurs opnieuw door te breken. Leurs organiseerde de liberalen in de zgn. Kolonistenpartij en werd met drie medestanders verkozen. Wegens onregelmatigheden besliste de (katholieke) bestendige deputatie van Antwerpen echter nieuwe verkiezingen te organiseren op 16 februari 1896. Die werden gewonnen door de katholieken met onder meer Jozef Verachtert. Die kon goed gebruikt worden om de vernieuwing en verjonging van de bedreigde katholieke garde te symboliseren. Hij mocht meteen zijn intrede in het schepencollege maken.
Verachtert had bovendien een Vlaamsgezind profiel. In Leuven was hij actief geweest in het Vlaamsgezinde literaire studentengenootschap “Met Tijd en Vlijt” en in Geel werd hij voorzitter van het Davidsfonds.
Daarnaast bouwde Verachtert aan een sociaal profiel door activiteiten te ontplooien in de landbouwsector en in het mutualiteitswezen. Geel bleef in deze periode een vrij gesloten landbouwgemeenschap en Verachtert had daar (waarschijnlijk van huis uit) goede banden mee. Hij was betrokken bij de goed werkende Landbouwcomice van Geel en interesseerde zich ook in de veeverzekeringen. Hij klom op tot voorzitter van het Provinciaal Verbond van Veekweeksyndicaten en van het provinciaal Verbond der Paardenverzekering.
Op mutualistisch gebied stond hij in 1900 als voorzitter aan de wieg van de Geelse pensioenkas de Sint-Dymphnagilde. Hij was ook actief in ziekenkas de Sint-Amandusgilde. Vanaf 1901 zetelde Verachtert bovendien in het overkoepelende Verbond der Pensioenkassen/Verbond der Voorzienigheidskassen van het arrondissement Turnhout (het latere CM-Turnhout). Het Kempische mutualisme was sterk corporatistisch ingericht en een exponent van het paternalistisch sociaal-katholicisme. De kassen waren ten voordele van de "werkersstand", maar stonden onder leiding en stricte controle van een groep sociaal bewogen burgers. Ook in Geel was de grote rol van de lokale politici en vooraanstaande katholieke burgers zoals Verachtert opvallend.
Bij de parlementsverkiezingen van 1900 voelde Verachtert zich al sterk genoeg om mee te dingen voor een plaats op de katholieke lijst van het arrondissement Turnhout. Hij moest echter drie gevestigde kandidaten (Alphonse Versteylen, Charles de Broqueville en Henri Le Paige) laten voorafgaan en tevreden zijn met een plaats op de opvolgerslijst. Als troostprijs werd Verachtert datzelfde jaar wel verkozen in de Antwerpse bestendige deputatie, waar hij verdere politieke ervaring kon opdoen. Als gedeputeerde kon hij mee zorgen voor de provinciale subsidies van de mutualiteiten en van landbouwinitiatieven. Vanuit de provincie werd hij ook voorzitter van de Provinciale Bijzondere Commissie van Onderlinge Bijstand en Maatschappelijke Werken Antwerpen en van de Commissie tot Aanmoediging van de Volksbibliotheken en de Vlaamse Letterkunde.
In 1912 kreeg hij eindelijk zijn kans. In de aanloop naar de verkiezingen bezweek de zeer Vlaamsgezinde Seraf Lambreghts tijdens een meeting, zodat een plaats op de katholieke kamerlijst vrijkwam. Regeringsleider Charles de Broqueville koos voor Verachtert om Lambreghts te vervangen, die zo zijn intrede maakte in de Kamer.
In 1919 slaagde Verachtert er als enige van de vooroorlogse Turnhoutse volksvertegenwoordigers zich te handhaven op de nieuwe katholieke kandidatenlijst. Hij hield rekening met het naoorlogse democratische klimaat en verklaarde dat de katholieke partij meer volksen vlaamsgezind moest worden. Als lijsttrekker werd hij probleemloos verkozen.
Officieus reeds bij de kamerverkiezingen van 1919, maar officieel bij die van 1921 en 1925 was Verachtert de kandidaat van de boeren op de katholieke standenlijst. In de aanloop naar de verkiezingen van 1929 stelde Verachtert zijn mandaat ter beschikking omdat hij verwezen werd naar de vierde plaats. Lijsttrekker werd de meer Vlaamsgezinde ACW-er Alfons Van Hoeck, die een tegengewicht moest bieden aan de steeds sterker wordende Kempische Vlaams-nationalisten onder leiding van de energieke Thomas De Backer.
De voorbije jaren was ook vooral Verachtert in De Backers blad “De Nieuwe Kempen” regelmatig bv. als grootste nietsnut in de Kamer onder vuur genomen.
Verachtert slaagde er toch nog in van 1932 tot 1936 opgevist te worden als provinciaal senator voor Antwerpen.
Ondertussen had Verachtert een hernieuwde intrede in de lokale politiek gedaan, die twee woelige decennia inging. Een vernieuwde katholieke standenlijst met bijna geen vooroorlogse figuren presenteerde zich in 1921 aan de kiezers met Verachtert als lijsttrekker. Hij werd ook na de succesvolle stembusslag tot burgemeester benoemd. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen van 1926 ging de katholieke standenlijst door een lokale katholieke dissendentie van notaris Jos Verbist achteruit, maar behield haar meerderheid. Het overlopen van twee katholieke raadsleden naar de (Vlaams-nationalistische) Katholieke Vlaamse Volkspartij van Thomas De Backer in 1928 maakte echter Geel praktisch onbestuurbaar. Pas eind 1930 kon het katholieke schepencollege haar meerderheid herwinnen. In 1932 verliepen de gemeenteraadsverkiezingen voor Verachtert ronduit rampzalig. De katholieken verloren hun meerderheid en zagen een coalitie van Vlaams-nationalisten en socialisten tot stand komen. Verachtert kon wel nog rekenen op steun uit Brussel en werd herbenoemd als burgemeester.
Nadat de coalitie in 1936 sprong, bestuurden katholieken en Vlaams-nationalisten verder. De relaties tussen beide bekoelden echter al snel. De katholieke standenlijst met veel jonge figuren sloot na de verkiezingen van 1938 een akkoord met de socialisten, die een homogeen katholiek schepencollege steunden in ruil voor enkele benoemingen.
Verachtert kreeg ontslag als burgemeester op 1 maart 1941 en overleed twee maanden later. Hij werd begraven in het familiegraf van de Moortgats op het Sint-Dimpnakerkhof.
* * *
Profielschets
Jozef Verachtert was levensbeschouwelijk en politiek overtuigd katholiek. Door zijn huwelijk maakte hij zijn intrede in de welgestelde Geelse burgerij en brak onmiddellijk door in de politiek. Door de grootschalige democratisering van het stemrecht in 1893 was de jonge advocaat met zijn gematigd Vlaamsgezind profiel een aanwinst voor de Geelse katholieken. Bovendien werden zij net in deze periode uitgedaagd door de liberale kolonistenpartij, zodat nieuwe krachten erg welkom waren.
Verachtert stootte dan ook meteen door naar het schepencollege. Hij doorliep een mooi politiek traject waarbij hij eerst ervaring opdeed in de gemeentelijke en provinciale politiek (provincieraadslid in 1894, gemeenteraadslid en schepen vanaf 1896, bestendig afgevaardigde in 1900) om dan tot volksvertegenwoordiger te worden verkozen in 1912. Tegelijkertijd was Verachtert sterk bezig met de belangen van de landbouw (vooral de veeverzekeringen) en met het opbouwen van een christelijk mutualiteitswezen in de Kempen. Hij kreeg daarmee een sociaal profiel, maar was daarom geen christen-democraat. Verachtert stond nog in de sociaal-katholieke en burgerlijk-paternalistische traditie. Hij zelf gaf leiding aan de Geelse pensioenen ziekenkas en zetelde ook in het overkoepelende Turnhoutse Verbond der Voorzienigheidskassen. Daarin ontmoette Verachtert medestanders als Alphonse Versteylen, Louis Caron of Stanislas Gilles, een hele generatie van sociaalbewogen katholieke welgestelde burgers.
De afloop van de Eerste Wereldoorlog bracht een wind van democratisering met zich mee, waaraan Verachtert zich aanpaste. Als kandidaat voor de boerenstand kon hij zich als enige van de conservatieve vooroorlogse generatie handhaven in de Kamer. In Geel zelf werd hij als burgemeester het katholieke boegbeeld in de woelige Interbellumperiode. Jozef Verachtert trad in de politiek in een overgangsfase van democratisering en veranderingen.
Door zich voorzichtig aan te passen aan de nieuwe omstandigheden slaagde de burgerlijk-conservatieve Verachtert erin politiek te overleven.