Robyn Hubert, Eugène, Jean libéral
né en 1879 à Neder-Over-Heembeek décédé en 1966 à Woluwe-Saint-Pierre
Représentant 1918-1919 (Bruxelles) et 1921-1925 (Alost)(Extrait du Het Laatste Nieuws, du 14 septembre 1921)
Zelfs de h. Woeste !
Te Aalst heeft zelfs de h. Woeste, om op de katholiek lijst te kunnen staan, moeten verklaren, dat hij voor de vervlaamsching van de Gentsche hoogeschool zou stemmen.
Het spreekt van zelf, dat eveneens het liberaal belang in het arrondissement Aalst slechts kan gediend worden door kandidaten, die aan de liberale kiezers, ook in zake vervlaamsching van de Gentsche hoogeschool, voldoening schenken.
Naar de bladen melden, werd op een vergadering te Aalst door 97 tegen 14 stemmen de eerst kandidatuur aangeboden aan den heer Robijn.
Het zal natuurlijk moeten uitgemaakt worden, hoe h. Robijn staat tegenover de vervlaamsching van de Gentsche hoogeschool. Is hij er tegen, zooals verzekerd wordt, dan bewijst hij in het arrondissement Aalst een ondienst aan het liberalisme door zijn kandidatuur.
Trouwens, de taalkwestie zelfs daargelaten, zijn er in het arrondissement Aalst nog volksgezinde liberale mannen genoeg ; wij noemen onder meer Dr Behn, uit Ninove. wiens wederbenoeming tot burgemeester, op de treurigste wijde uit politieke redenen tegengewerkt wordt.
(Extrait de Het Nieuw Gazet, du 28 septembre 1921) De candidatuur Robijn te Aalst
Een der leiders van de liberalen in het arrondissement Aalst heeft inlichtingen verstrekt over de candidatuur van oud-volksvertegenwoordiger Robijn te Aalst. Nadat notaris De Windt alle candidatuur voor de Kamer geweigerd had, .waren de liberale afgevaardigden van de vijf cantons van het arrondissement het eenparig eens om de candidatuur van den secretaris van den minister van spoorwegen voor te stellen. De afgevaardigden van het canton Ninove maakten geen bezwaren en heetten de keus goed onder voorbehoud hun vrienden te spreken, Een tijdje nadien dook de candidatuur van den heer Behm, burgemeester van Ninove in het Laatste Nieuws op. Zijn vrienden verzekerden dat die candidatuur het getal liberale stemmen -t Ninove zou verdubbelen, wat echter op verre na het gewenschte quorum niet zou bereiken. Men Kritiseerde den heer Robijn als Vlaming en men stelde tegen hem de Vlaamschgezindheid van den heer Behm. Daarop werd geantwoord dat de heer Robyn een geboren Vlaamsch Brabander is, goed Vlaamsch kent en die taal ook in den huiselijken kring gebruikt, wat niet altijd van gepatenteerde flaminganten kan gezegd worden. De candidatuur Robyn werd dus behouden. Hier zij aangestipt dat alle liberalé afgevaardigden van het arrondissement het eens zijn dat de Vlamingen een Vlaamsche hoogeschool hoeven te bekomen, maar zich tegen de afschaffing van de Gentsche hoogeschool verzetten. De liberalen hebben groote kans den zetel van den activist Borginon, die de taalwet in zake bestuur niet gestemd heeft, te veroveren. Als nu Het Laatste Nieuws op zijn eentje tegen de liberalen strijdt verklaarde bedoeld liberaal lieder, zal het feitelijk propaganda maken ten gunste van den heer Woeste, den bekenden vriend (!) der Vlamingen en dezes discipel de h. Moyersoen, iemand die nauwelijks Vlaamsch kent. Intusschen is de heer Robijn in voeling met zijn kiezers gekomen. Hij heeft van hen het beste onthaal genoten en.... de wind blaast in zijn zeilen. Ten slotte voegde de liberale hoofdman in kwestie er bij dat hij den heer Hoste niet wilde beleedigen door de onderstelling dat hij liever een klerikalen separatist of een klerikalen Woestist verkozen zou zien dan een liberale Belg als de heer Robijn.
(Extrait de La Meuse, du 15 septembre 1921)
Alost
La liste libérale sera ainsi composée :
Chambre : MM. Robyn, avocat à Bruxelles, secrétaire particulier du ministre des chemins de fer ; (…) M. Robyn siégea à la Chambre, de 1918 à 1919 ; il était entré comme suppléant, remplaçant M. L. Huysmans, député de Bruxelles.
(Extrait du Soir, du 27 novembre 1921)
Le tombeur du Front
Nous disons, d'autre part, que les deux chefs du Frontpartij, qui s'étaient affichés non sans insolence à la Chambre, MM. Borginon et Van Opdenbosch, viennent de mordre la poussière. S'ils ne sont pas réélus à Alost, tout l’honneur en revient à un Flamand, M. Robyn, ancien député de Bruxelles, qui, candidat libéral à Alost et élu, n'a eu dans toute sa campagne qu’un leitmotiv : la mise à nu de la plaie aktiviste. Et ce Flamand de bon sens, parlant aux populations flamandes du pays d’Alost, a partout emporté leur approbation.
M. Borginon s'en sera bien aperçu ; mais il faut féliciter M. Robyn ; il a débarrassé la Chambre de bien tristes personnages
(Extrait de La Meuse, du 24 novembre 1921)
Un succès à couronné également les efforts de M. Robyn, à Alost. M. Robyn, qui fut député libéral de Bruxelles, a repris le siège qui avait été occupé jadis par les libéraux. II était le secrétaire particulier du ministre des Chemins de fer.
M Rohyn est un robuste et en le chargeant de la difficile mission qu'il remplissait auprès de M. Neujean, celui-ci avait su, là encore, parfaitement choisir son collaborateur. M. Robyn est un Flamand hostile à la flamandisation de l'Université de Gand et à toutes les exagérations flamingantes. Ce sera un bon député pour l'arrondissement d'Alost, qui avait besoin d'être rafraichi.