Accueil Séances Plénières Tables des matières Législation Biographies Documentation Note d’intention

Pussemier Lionel (1869-1938)

Portrait de Pussemier Lionel

Pussemier Lionel, Marie, Ferdinand catholique

né en 1869 à Gand décédé en 1938 à Eecloo

Représentant 1918-1936 , élu par l'arrondissement de Gand-Eecloo

Biographie

(Extrait du Gentenaar, du 3 mai 2026)

M. Lionel Pussemier, oud-volksvertegenwoordiger, burgemeester van Eekloo.

Eene ontroerende mare verspreidde zich Zondag avond laat in de hoofdstad van het meetjesland : de burgemeester komt te overlijden.

Die tijding kwam des te meer onverwacht, daar de heer Burgemeester een achttal dagen te voren nog den gemeenteraad had voorgezeten en niets zulk haastig einde voorzien.

Voor een achttal dagen was de burgervader rust aangeraden, doch zijn toestand werd weldra onrustbarend, zodat hem de H.H. Sakramenten werden toegediend en de heer burgemeester Zondag avond overleed, aan de gevolgen eener hartaandoening.

De heer Pussemier, geboren den 2en Juni 1869 heeft eene vruchtbare loopbaan achter zich op bestuurlijk gebied. Provincieraadslid en lid der bestendige afvaardiging van Oost-V1aanderen, werd hij alom hooggesschat om zijne bekwaamheid en schranderheid. Vervolgens werd hij gekozen als volksvertegenwoordiger van het arrondissement Gent-Eekloo, en werd burgemeester van Eekloo na wijle her Dauwe.

Eekloo verliest in den heer Pessemier, een zijner grootste burgers waarop men terecht mocht fier zijn en hij zelf was aan zijne stad en inwoners gehecht, want in tijd van ministerieele krisissen werd heer Pussemier's naam meer dan eens vooruitgezet voor eene ministerportefeuille, doch zulks wees hij telkens van de hand om daardoor de belangen zijner stadsgenooten niet te veronachtzamen.

In den heer Pussemier zullen ook alle sociale en menschlievende instellingen een milden ondersteuner verliezen.

Ook als raadgever werd hij gezocht, en vooral leidende burgers uit het meetjesland vonden bij den heer Pussemier raad en bijstand.

Wij bieden aan Mevrouw Pussemier onze gevoelens van welgemeend rouw.


(Extrait du Standaard, du 2 mai 1938)

Wij vernemen Zondagavond telefonisch uit Eekloo dat de h. Pussemier, burgemeester der stad Eekloo, gewezen katholiek kamerlid, in den loop van den avond vrij schielijk is overleden.

De oude burgemeester - hij was bijna 70 jaar oud - was sedert enkele dagen ongesteld en kon zich niet meer naar het stadhuis begeven doch niets liet een zoo spoedig overlijden voorzien. Zondagavond rond 7 u. kreeg hij een hartcrisus en werd voorzien van de laatste HH. Sacramenten. Om 8 uur is de burgemeester aan een hartaandoening bezweken.

De vlaggen werden onmiddellijk halfstok geheschen op het stadhuls en op de andere openbare gebouwen der stad terwijl het Schepencollege rond 9 uur in buitengewone vergadering is bijeengekomen.

De h. Pusemier was tevens gewezen katholiek provinciaal raadslid en is, na het overlijden van h. A. Verhagen, kamerlid geworden. Hij maakte zich vooral verdienstelijk als verslaggever voor Financiën. Hij had zich echter sinds enkele jaren teruggetrokken en bleef het ambt waarnemen van burgemeester der stad Eekloo. Hij was er tevens Voorzitter van de afdeeling van het Davidsfonds.

Het schielijk overlijden van Burgmeester Pussemier verwekte algemeene ontroering in de stad waar hij door iedereen werd geacht.


(Extrait du Vingtième Siècle, du 3 mai 1938)

C'est une attachante figure de grand bourgeois, de notable, que celle qui vient de s’éteindre et aussi de lutteur de la cause catholique. Notre pays en connaît beaucoup qui, comme lui, consacrent le meilleur de leur activité à l'administration d'une ville ou d'une province.

Le Bien Public écrivait, il y a quelques années : Ce n'est pas révéler un secret de dire qu'il fut naguère pressenti par un chef de Cabinet singulièrement éminent, qui voulut lui confier la gestion d'un département ministériel. Ses concitoyens mettent quelque fierté à dire qu'il préféra ceindre l'écharpe de de sa ville natale. »

Eecloo eut en effet la bonne fortune de ne jamais être privée un seul jour du concours de Lionel Pussemier.

Fils d'une mère admirable, madame Stéphanie van Wassenhove, il fut attiré dès sa jeunesse par les questions sociales. La collection de La Revue Générale contient de nombreux articles de lui, notamment sur les réalisations des catholiques allemands. Après de brillantes études de droit, il entra, à l'âge de 29 ans, au Conseil provincial de la Flandre Orientale, et trois années plus tard, il fut élu député permanent. Tour à tour l'enseignement technique, la voirie, le régime des eaux retinrent son attention et pendant la guerre l'alimentation du nord de la province. Journellement, on le voyait partir sur les digues et les chaussées au petit trot d'un fiacre du bon vieux temps.

Sa maison d' Eecloo avait eu l'honneur d'héberger pour une nuit le roi Albert et la reine Elisabeth pendant la retraite d'Anvers. La ville était toute bruyante du charroi et du passage des troupes. Le Souverain, qui avait quitté Anvers à cheval le 9 octobre, installa son Quartier Général dans la journée, Le lendemain, II partit pour Ostende. Le Roi s'attarda quelques instants dans la bibliothèque du bourgmestre et ayant emprunté un livre s'informa auprès de son hôte de l'endroit où il devait le glisser nouveau. « J'ai, disait-il, appris dans ma jeunesse, à avoir beaucoup d'ordre. »

Au lendemain de la guerre, Lionel Pussemier fut - et pendant près de 15 ans - l'élu de l'arrondissement de Gand-Eecloo à la Chambre. Rapporteur attitré du budget des Voies et Moyens et de nombreuses lois fiscales, il fut un modèle de conscience et de science politique. Son amitié proverbiale pour son collègue le baron Pirmez était comme le symbole de la fraternité entre Flamands et Wallons.

Le plat pays des Polders entrecoupé de canaux conservera toujours le souvenir de sa bonté, de son énergie et de ses talents, car il ressemblait aux solides tours de là-bas, qui sont à la fois et l'honneur et la force de la région.

A Madame Lionel Pussemier, Le Vingtième Siècle adresse l’expression de ses chrétiennes condoléances.

X.C.W.