Persoons Jean, François libéral
né en 1863 à Kapelle-op-den-Bos décédé en 1924 à Lokeren
Représentant 1904-1919 , élu par l'arrondissement de Sant-Nicolas(Extrait du Soir, du 14 décembre 1924)
Le docteur J. Persoons, dont nous avons annoncé le décès, fut pendant de longues années le représentant libéral de l'arrondissement de Saint-Nicolas.
Au cours de sa carrière politique, il se signala par le rapport qu'il soumit à la Chambre après la guerre sur l'instauration du suffrage universel pur et simple, dont il avait toujours été un partisan convaincu.
Au Parlement il s'occupait particulièrement des questions d'enseignement et d'hygiène publique.
Le pays de Waes, qu'il représentait à la Chambre, lui tenait fort à cœur et, pendant la guerre, notamment, il se dévoua sans compter.
Durant les dernières années de sa vie il fut conseiller communal de Lokeren, et malgré la maladie qui le minait, il continua jusqu'au bout l'exercice de son mandat.
Le docteur Persoons était le beau-père de notre excellent confrère Julius Hoste, junior, rédacteur en chef du Laatste Nieuws.
Nous présentons à celui-ci et à sa famille nos condoléances les plus sincères.
(Extrait du Het Laatste Nieuw, du 28 décembre 1924)
Heden, Zondag, op het kerkhof te Lokeren, zal aan Dr. Persoons hulde gebracht worden door zijn vrienden en vereerders.
Wij hebben Dr. persoons gekend van bi] zijn eerst optreden als apostel van de vrijzinnige gedachten in het arrondissement van Sint-Nikolaas, dat hij een lange reeks jaren in onze Tweede Kamer heeft vertegenwoordigd met zoo'n diep onderlegde kennis van zaken en met zoo'n werkdadige bedrijvigheid, dat de vinnigste politieke tegenstander met eerbied naar hem opzag.
Het was in den beginne voorwaar geen gemakkelijk werk, de vooruitstrevende gedachten ingang te doen vinden bij een bevolking, die jaren lang vastgeketend lag aan oude konservatieve princiepen, Spot, smaad en vernedering werden hem dan ook niet gespaard bij zijn eerste kiesveldtochten in de Waassche dorpen. Maar Dr. Persoons was de man niet om er gauw het bijltje leggen...
Rotsvast in zijn geloot van vrijzinnig en Vlaamschgezind demokraat, en voor richtsnoer nemende datgene, wat hij aanzag als het ware goede voor welzijn van het volk, zette hik onvervaard zijn kultuurwerk voort, tot hij door de kiezers naar de Kamer werd gezonden, waar hij om zijn uitstekende geestesgaven en rustelooze werkzaamheid weldra. de bewondering en de genegenheid onzer eerste staatslieden wist af te dwingen.
Zijn werkdadigheid gedurende de jaren van zijn parlementair leven, dat is van 1904 tot na de Kamerverkiezing, toen hij door de wisselvalligheld der volksgunst zijn mandaat verloor, was van zulk doorslaand gewicht, dat geen tegenstander, hoe fanatiek ook in zijn politieke opinie, er de waarde zou kunnen or durven van onderschatten.
Een kort overzicht van de belangrijkste zaken door zijn rusteloozen werkgeest ten bate van het volk in de Kamer van Volksvertegenwoordigers verricht, zal volstaan om onze lezers sympathie te doen gevoelen voor den helaas te vroeg verscheiden vrijzinningen voorman van het Land van Waas.
\1. - De liberale linkerzijde benoemde hem tot haar ondervoorzitter; zij duidde hem aan tot haar vertegenwoordiger in den schoot der Kamer-kommissie belast met het onderzoek der uitlagen van de wet op het vrijwilligerschap, tot bestudeeren van het vraagstuk der verzekering tegen zieke, ouderdom en vroegtijdige invaliditeit.
\2. – Hij was een gezagvoerend lid der Wetgevende en Provinciale kommissie, tot onderzoek der brandende kwestie van de verbinding der beide Schelde-oevers over Antwerpen.
\3. - Hij werd aangeduid tot verslaggever der wet'van Mel 1919, die het algemeen stemrecht toekende aan de mannen der wet, die het gebruik van witte fosfoor verbood, bij het vervaardigen van vuurstekjes.
\4. – Hij liet dikwijls en bijna altijd met goed gevolg zijn stem hooren bij het bespreken van belangrijke wetsvoorstellen in den loop der parlementaire zittingen; onder andere, bij het wetsvoorstel, dat de plaatsvervanging . moest afschaffen ; der wet op het verplicht onderwijs, op de verzekering tegen ziekte ; der wet op de beperking van den arbeidsdag in de mijnen : op de uitbreiding der zeevaartinrichtingen, enz.
Overtuigd Vlaamschgezinde, was hij ook een der onderteekenaars van het eerste wetsontwerp tot vervlaamsching van de Gentsche Hoogeschool, - een hervorming, waarvan hij bij herhaling de diep maatschappelijke beteekenis liet uitschijnen, en waaraan nu tot in zijn laatste levensjaren onwrikbaar trouw bleef.
Hij was daarenboven een rusteloos propagandist, die zonder vare of vrees het vrijzinnig demokratisch woord liet hooren op ontelbare meetingen in onze Vlaamsche steden. En gedurende den oorlog bewees hij aan het land groote diensten als lid der Provinciale Kommissie van de relief en als voorzitter van het voedingskomiteit der 'omschrijving Lokeren. Maar geen mensch is van ijzer en wie te veel van zijn krachten vergt moet ei de noodlottige gevolgen van dragen. En ja, we mogen het hier luidop verklaren, Dr. Jan Persoons is gevallen als slachtoffer van zijn bovenmenschelijken geestesarbeid. Eenige maanden na den wapenstilstand werd hij door gedeeltelijke verlamming geslagen ; maar er huisde een sterke ziel in zijn zwak lichaam, er ondanks zijn pijnlijke, kwaal bleef hij voort arbeiden aan de sociale werken, die de heropstanding van de liberale partij, waarvan hij met hart en ziel verkleefd was, moesten als voorzitter der Liberale Vereeniging van zijn arrondissement sleepte hij zijn ziek lichaam naar alle vergaderingen, vaar zijn sympathieke verschijning voldoende was om moed en vertrouwen voor de toekomst in te boezemen.
Zijn dood werd dan ook met diepe verslagenheid door de bevolking van het arrondissement St-Nikolaas vernomen en van meer dan een politiek tegenstander hoorden we deze woorden : “Dr. Jan persoons was geen politieker in den vulgaire zin van 't woord, maar een man, die om zijn rechtvaardigheidszin en zijn gezond oordeel aan land en volk diensten heeft bewezen, die niet mogen vergeten worden.
Lod. SCHELTJENS.
(Extrait de De Vlaamsche Gids, 1924-1925, VIème année, pp. 193-198)
(Redevoering, uitgesproken te Lokeren, op 28 December 1924, bij de openbare hulde aan de nagedachtenis van Dr. Jan Persoons)
Een Vlaamsch Volksvertegenwoordiger
In de kleine steden en op het platte land in Vlaanderen was het voor dertig jaar niet gezellig voor den man die vrijzinnig en demokratisch dacht en openlijk voor zijn overtuiging dorst uitkomen.
Het werd een bekamping van alle dagen. Maar op den akker der vervolging wassen de kloekste vruchten.
Het leven van Dr. Persoons, volksvertegenwoordiger van het arrondissement St. Nikolaas, is een treffend voorbeeld van den moedigen en soms tragischen strijd van het Vlaamsch liberalisme.
Uit Klein Brabant afkomstig, waar hij in 1856 te Cappellen op den Bosch werd geboren, had hij zich, na goede studies aan de Hoogeschool, in 1886 als dokter te Lokeren gevestigd. Zijn schrander verstand, zijne hooge wetenschappelijke begaafdheid, het humane en hartelijke in zijn optreden en karakter maakte hem dra tot een der eerste geneesheeren van stad en omgeving. Hij was door ieder geacht en gezien en het lag slechts aan hem een werkzaam, maar rustig bestaan vol geluk en weelde te leiden.
Maar in zijn uitgebreide praktijk leerde hij het stille leed van den Vlaamschen arbeider kennen, de miserie der lage loonen en der eindelooze werkuren, de slechte woning, de onvoldoende voeding en de gedweeë gelatenheid waarin onwetendheid en dweepzucht dit eens zoo kloeke en vrijheidlievend volk vernederd, gebukt en machteloos onder den duim hielden.
Zijn edel hart bloedde onder dit schouwspel, dat hij dagelijks voor zijne oogen zag.
Hij kon best weten wat een berg van vooroordeel, van bestuurlijke en sociale macht, van bekrompenheid en haat den weg versperden naar verbetering en ontvoogding.
Hij wist hoe klein de schare was der getrouwen waarop hij kon rekenen, hoe men omhoog niet zou verstaan en omlaag niet zou begrijpen.
Hij wist ook dat, gehuwd en familievader, hij in zijne praktijk en in zijne persoonlijke verhoudingen zou worden vervolgd en benadeeld. Een liberaal mandataris werd, in die tijden, door zijne katholieke collega's in het openbaar niet gegroet. In zijn binnenste hoorde hij die stem, die in het Vlaamsche hart zóo luid weet te spreken, dat zij aan ons Volk steeds, in de ure der verdrukking, onversaagde en onbaatzuchtige leiders heeft geschonken.
Hij besloot den strijd aan te binden, het mocht kosten wat het wilde: in 1904 was hij kandidaat voor de Kamer in het arrondissement St. Nikolaas.
Het werd een bittere strijd.
Lang scheen de uitslag twijfelachtig. Maar in het Volk, in het arme, bedwongen, onwetend Volk, kwamen langzaam teekenen van roering. Het was de taal van een demokraat, een Vlaming, een volksvriend die weerklonk en op dat nieuwe, op dat zoo lang ontwende geluid werd het vrijheidsgevoel in vele harten wakker. Op 29 Mei 1904 was het kiezing en Dr. Persoons werd benoemd.
Het was een heuglijke dag in het Land van Waas, maar ook buiten deze streek was het als een boodschap van herleving in Vlaanderen.
Dr Persoons als volksvertegenwoordiger
Van toen af, tot in 1919 werd Dr. Persoons geregeld herkozen, meest met toenemend stemmental.
In de Kamer was hij een frissche, krachtige, populaire verschijning.
Welsprekend en werkzaam was hij, vijftien jaar lang, een uitstekend volksvertegenwooridger, gaarne aanhoord, gaarne gezien bij vriend en tegenpartij.
Geen demokratische hervorming, of zij werd door hem warm en talentvol verdedigd. Geen groot debat, of hij nam er een waardig deel aan, steeds bondig, maar overtuigend door zijn eerlijkheid, zijn verdraagzaamheid jegens andersdenkenden in de breedheid van blik en gedachten.
De linkerzijde vertrouwde hem zoo zeer dat zij hem tot ondervoorzitter der groep benoemde, en wanneer de partij ergens een groote betooging inrichtte of de kiesstrijd weer vaardig was over het land, was Persoons tot in Wallonië toe steeds een der meest gevraagde en meest gevierde sprekers.
Hij sprak een heldere, manlijke taal, openhartig en flink als zijn blonde, gezonde verschijning zelve.
Hij voelde diep hoe het liberalisme onafscheidbaar is van de demokratie en hij dacht zichzelven nooit anders dan als vertegenwoordiger van de breede volksmassa, waarin de werklieden geen mindere beteekenis en meezeggenschap hadden dan de burgerij; waar arbeid en kapitaal, vernuft en bezit bezield waren door denzelfden geest van vooruitgang, sociale rechtvaardigheid en sociale verbetering.
Dr Persoons als Vlaamschgezinde
Op taalgebied was hij een Vlaming uit één stuk. Met mij onderteekende hij de voorstellen die tot de Vlaamsche wet van 1910 op het Middelbaar Onderwijs rijpten. En toen ik in 1912 het wetsvoorstel tot Vervlaamsching der Hoogeschool van Gent opstelde en neerlegde, vroeg ik hem eveneens om zijn handteekening, die hij gaarne en in volle overtuiging gaf. Geen Vlaamsch debat, of hij nam er een leidend deel aan. Hij wist dat de vrijzinnige partij, die in heel Europa en in heel hare geschiedenis den strijd der kleine volkeren voor eigen taal en zelfbestaan had toegejuicht en gesteund, in eigen land de taal van het volk niet kon negeeren, zonder ontrouw te worden aan haar verleden en haar eigen wezen en zich zelven tot machteloosheid te doemen.
Men moet zich eens indenken wat heel dat werkzaam leven in de Kamer praktisch werd in verband met een drukke praktijk: één lange opoffering. Maar Dr. Persoons getroostte zich dien enormen arbeid, was steeds vriendelijk en opgewekt, omdat hij zich gedragen voelde door de liefde van het volk en door het zoete bewustzijn van den volbrachten plicht.
Wanneer hij soms overwoog hoeveel er, in die jaren, op Vlaamsch, vrijzinnig en demokratisch gebied in Vlaanderen veranderd was ten goede, mocht hij wel, tegenover zich zelven, getuigen, niet vergeefs te hebben gewerkt.
In oorlogstijd
Toen kwam de oorlog.
En eens te meer kon men zien hoe hoog Persoons' zedelijke waarde stond en zijne opvatting der plichten die op een openbaar mandataris rusten.
Onverschrokken bleef hij op zijn post, terwijl zoovelen de vlucht namen. Nood en gevaar verruimden zijn werkkring. Onverdroten liet hij steeds meer arbeid en zorg van nieuwen en veelzijdigen aard op zijn schouders laden.
Vier lange jaren ijverde hij aldus op prachtige wijze voor Let lijdende land en de lijdende bevolking. Als voorzitter van het Nationaal Comiteit voor Hulp en Voeding in deze streken, bewees hij onschatbare diensten. Niets was hem te lastig of te moeilijk. Op bestuurlijk gebied was zijne werkzaamheid voor de Stad niet minder degelijk en van allereerste waarde.
Tegenover de bezettende macht was hij een voorbeeld van fierheid en wilskracht. En toen de activisten het waagden te Lokeren, onder de bescherming der Duitsche bajonetten, een massa-vergadering te beleggen om den zoogenaamden Raad van Vlaanderen een schijn van bekrachtiging te geven, toog Dr. Persoons er heen, en op zijn vlammend woord joeg het volk dat verachtelijk pogen als kaf voor den wind uiteen ! Het zijn mannen als Dr. Persoons, het zijn daden als de zijne die aan onze lijdende en verdrukte menschen den moed hebben gegeven om onverdroten den weerstand in het bezette land te blijven voeren tot den dag der bevrijding.
Men kan van tegenstrevers geen hulde verwachten voor de leiders of de grondbeginselen die zij bevechten; maar de oorlogsdaden staan boven de politiek, en indien de dankbaarheid in het Land van Waas geen vergeten gevoel is, dan zal eens een waardig gedenkteeken de kloeke, heldhaftige leiding van Dr. Persoons, in die tragische jaren, vereeuwigen.
Het algemeen stemrecht
Eindelijk sloeg het uur der zegepraal.
Persoons hernam zijn zetel in het Parlement. Zijne werkzaamheid na 1918 was even groot. Door den langen, bangen strijd tegen den vijand was hij nog dieper van de demokratische behoeften van onzen tijd doordrongen. Toen dan ook de grootste daad der Regeering en der Volksvertegenwoordiging uit die jaren, de invoering van het Zuiver Algemeen Stemrecht, in bespreking kwam, genoot Dr. Persoons de groote eer tot verslaggever der Kamer over dit allergewichtigst ontwerp te worden aangesteld.
Zoo kon hij, de uitstekende volksman, getrouw aan heel zijn verleden, de voldoening smaken het demokratische grondbeginsel der gelijkheid voor de stembus triomfantelijk in ons openbaar recht binnen te loodsen.
Die eer was des te meer verdiend daar Persoons sedert twintig jaar voor die grootsche hervorming ijverde en hij een der medeonderteekenaars was geweest van het laatste voorstel tot herziening der grondwet, vóór den oorlog neergelegd.
Maar, eilaas, het was zijn zwanenzang !
Bij de kiezing van 1919 ontvielen hem de stemmen van velen voor wie hij zich onder den oorlog zoo hartelijk had opgeofferd, die hij twintig jaar lang tot het politiek leven had opgewekt, die hem mede hunne kiesmacht dankten. Zijn zetel ging hem verloren. Zoo werd ook aan dezen grooten volksvriend de bitterheid der miskenning niet gespaard. Maar het was alsof het lot hem nog de gelegenheid wilde geven een nobelen trek te meer in zijne persoonlijkheid in het licht te stellen: zijn manlijk standhouden tegenover ontgoocheling en smart.
Kort daarop, inderdaad, trof hem, als het gevolg van jaren overspanning en van den geweldigen arbeid onder den oorlog, de eerste slag der kwaal, die hem, na jaren strijd, ten grave heeft gesleept.
In dien kamp tegen zijn ziek gestel toonde hij een stalen wil, een verheven plichtsgevoel. Niets, noch lijden, noch neerlaag, heeft dat edele hart belet tot zijn laatsten slag te kloppen voor vrijheid en demokratie.
Een partij, eene leer, die de kracht bezitten zulke toewijding te verdienen, zullen leven zoolang de liefde voor taal en volk geen ijdel woord zal zijn in dit land.
Laat ons voortgaan, op onze beurt, de groote idealen waarvoor Persoons zijn leven gaf, trouw te dienen, niet in woorden alleen, maar met onze daden. Zoo zullen wij handelen naar zijn voorbeeld en in zijn geest en hem de hoogste hulde brengen, die hij zich zelf zou hebben gewenscht.
LOUIS FRANCK