Accueil Séances Plénières Tables des matières Législation Biographies Documentation Note d’intention

Ortegat Jules (1857-1925)

Portrait de Ortegat Jules

Ortegat Jules, Léon, Albert catholique

né en 1857 à Malines décédé en 1925 à Malines

Représentant 1909-1919 , élu par l'arrondissement de Malines

Biographie

(Extrait de GOVAERT J., Een sociaal-politieke studie van de volksvertegenwoordigers van de arrondissementen Antwerpen, Mechelen en Turnhout (1870-1912) , disponible sur le site ODISi> (consulté le 5 mars 2026))

Jules Ortegat werd in Mechelen geboren in 1857. Zijn vader Leon Ortegat was een rijke wijnhandelaar.

Ortegat studeerde rechten aan de Leuvense universiteit en werkte in Mechelen als handelaar/koopman. Hij was ook beheerder van de Bank van Mechelen. In 1883 huwde Ortegat met Louise Boval uit Frasnes-les-Buissenal (Henegouwen).

Haar familie was daar politiek actief. Ook Ortegat werkte aan een politieke loopbaan. Hij startte als gemeenteraadslid van Mechelen van 1890 tot 1895. De liberalen veroverden toen echter na sterk betwiste verkiezingen tijdelijk opnieuw de macht in Mechelen. In 1891 volgde Ortegat François Xavier De Pauw op als provincieraadslid voor het kanton Mechelen, maar hij verloor zijn zetel bij de provincieraadsverkiezingen van 1894. Op 28 oktober waren in het kanton Mechelen zes van de zeven katholieke kandidaten verkozen, behalve Ortegat die in ballotage kwam op tegen de liberale kandidaat Van Breedam. Van Breedam werd totaal onverwacht met 10.325 stemmen verkozen tegen 9.107 voor Ortegat. De Mechelse katholieken weten deze nederlaag aan het feit dat vele katholieke buitenmensen op Van Breedam hadden gestemd omdat hij een landbouwer was van het plattelandsdorp Blaasveld en ook bekend stond als christen mens. Meer waarschijnlijk speelden dieperliggende motieven mee, concreet de persoonlijkheid van Ortegat die als te conservatief werd beschouwd. In het bijzonder was de Katholieke Werkmanskring ontevreden omdat ze geen eigen kandidaat bij de verkiezingen had gehad. In het verdere verloop van Ortegats politieke carrière keerden klachten over diens persoonlijkheid en conservatieve franskiljonse opvattingen steeds terug. Meer dan eens werden conflicten binnen de katholieke partij (vooral met de beginnende christen-democratie) uitgevochten met Ortegat in de hoofdrol.

Ortegat groeide voor 1919 uit tot een van de meest gezaghebbende personen in de Katholieke Vereniging van Mechelen en in de Katholieke Arrondissementsvereniging van Mechelen. Toch was zijn positie meer dan eens controversieel. In 1896 deed Ortegat zijn herintrede in de Antwerpse provincieraad, in 1900 gevolgd door een nieuw gemeentelijk mandaat in Mechelen. In 1903 werd hij lid van de bestendige deputatie.

Ortegat probeerde vanaf 1904 verder door te stoten naar de nationale politiek. Bij de wetgevende verkiezingen van 1906 greep hij nog naast een plaats op de lijst maar mede onder zijn druk werden er geen plaatsvervangers aangeduid. Dat betekende dat de christen-democraten, niet zoals voorheen, verzekerd waren van een kamerzetel indien een van de zetelende volksvertegenwoordigers zou wegvallen.

Toen in 1909 volksvertegenwoordiger Edouard De Cocq, daarnaast ook burgemeester van Mechelen, stierf gingen de poppen aan het dansen. Ortegat slaagde erin zijn protégé Charles Dessain tot burgemeester te doen aanstellen in plaats van Jules Nobels, wat hem de banbliksems van de Mechelse christen-democraten opleverde. De Katholieke Vereeniging van Mechelen duidde ondertussen Ortegat aan als kandidaat-volksvertegenwoordiger.

Hij haalde het binnen de Vereeniging in een stemming nipt van de meer Vlaamsgezinde democraat Jules Nobels. De Katholieke Werkmanskring kwam in de aanloop naar de verkiezingen zelfs in open conflict met de Katholieke Vereeniging, die haar kandidaat Van Hoorenbeeck het pleit totaal zag verliezen. Uiteindelijk werd Ortegat verkozen, maar gingde katholieke partij in stemmen er sterk op achteruit, wat te maken had met het uitgesproken conservatief en anti-Vlaams profiel van Ortegat.

De behoudsgezinde katholieke krachten hadden hun slag thuisgehaald. Zij stonden in Mechelen en in het hele arrondissement ook nog vrij sterk.

Na de Eerste Wereldoorlog keerde het tij. De Katholieke Vereeniging werd onder invloed van de democratiseringsgolf heringericht volgens het stelsel van de standenpartij (met aparte groeperingen voor burgers, boeren, middenstanders en arbeiders). Ook de Vlaamse eisen moesten hun plaats krijgen in de Vereeniging. Burgemeester Charles Dessain, die voorzitter was van de Katholieke Vereeniging, begreep dat de vernieuwing niet meer kon worden tegengehouden. Nochtans had hij voor de oorlog duidelijk tot het conservatief zgn kapelleke ; behoord. Vele andere leden van de Mechelse hoge burgerij, vaak uitgesproken conservatief en Franstalig, konden de vernieuwingen echter niet aanvaarden.

Onder Ortegats impuls scheurden de conservatieven zich af van de Katholieke Vereeniging en stichtten de Katholieke (en) Nationale Associatie / Association Catholique et Constitutionnelle. Zij kwamen in 1919 en 1921 zonder echt veel succes op onder eigen vlag naast de katholieke standenlijst.