Accueil Séances Plénières Tables des matières Législation Biographies Documentation Note d’intention

Lampens Jean-Baptiste (1850-1922)

Portrait de Lampens Jean-Baptiste

Lampens Jean-Baptiste socialiste

né en 1850 à Gand décédé en 1922 à Gand

Représentant 1908-1922 , élu par l'arrondissement de Gand-Eecloo

Biographie

(Extrait du Vooruit, du 23 juillet 1922)

Een vreeselijke, maar rampzalig te verwachten tijding vernamen we zaterdag morgen : onze oude goede vriend en voorkamper Jan Lampens komt te overlijden.

En niet een welke onzen kameraad en medestrijder Jan Lampens kent die niet tot in het hart zal getroffen zijn bij het vernemen van dit bericht.

Met Jan Lampens verdwijnt niet alleen een groote hart, eene gevoelvolle ziel, maar een der strijders van het eerste uur in den modernen socialistisch georganiseerden werkerkamp.

Jan Lampens is een der veteranen die sinds bijna eene halve eeuw in den kamp staan tot organiseering, vrijmaking en verheffing der arbeidende klasse.

Zels als arbeiderszoon geboren werkend en levend, gevoelde Jan Lampens de noodzakelijkheid van den strijd der werkers tot het bekomen van meer rechten als vergoeding der plichten die zoo zwaar op hen drukken.

Jan Lampens is, met een primitief, met een lager onderwijs er in gelukt zichzelf op te werken tot een man die met goed gevolg diensten bewijzen kon aan de zaak der arbeiders,

En Jan Lampens is aan het werk getogen met zoovelen die reeds heengingen, waaronder Edmond Van Beveren, en met de enkelen die nog overblijven, waaronder Eduard Anseele.

Jan Lampens is stad en buiten ingetrokken, kende noch rust noch moeite, noch familieleven, had enkel den strijd der onterfden voor het oog tot werker klasse hij behoorde. Dag en nacht stond hij ten dienste der partij.

Jan Lampens is een der apostels geweest die de zaak der arbeidende klasse, der sociaal-demokratie diende ten tijde dat niets anders te bekomen was dan beleedigingen, smaad, vervolgingen, brobdroof, slagen.

Maar met de andere apostels en voorkampers onzer volksreddende en hoogmenschelijke verhevene zaak, voor dewelke Jan Lampens gansch zijn hart uitstortte, heeft de Man die komt te overlijden alles getrotseerd, heeft Hij alles weten te overwinnen, en alle tegenwerkingen en tegenslagen van vroeger heeft Hij tot een grootsch, glorierijk werk zien ontwikkelen.

Jan Lampens is steeds een dezer getrouwen geweest die in alle omstandigheden aan de zijde stond van dezen onzer voormannen en organisaties die niet wilden dat de partij, dat onze organisaties aan kliekjespolitiek of persoonlijkheden zouden doen en die alleen verdeeldheid onder de arbeiders en versterking van het kapitalisme en der reaktie als gevolg kunnen hebben.

Als eenvoudig propagandist is Jan Lampens onvermoeibaar en onophoudend op de bres geweest, maar ook als bestuurder van den « Houtbewerkersbond », als Beheerder der Samenwerking « Vooruit », als gemeenteraadslid, als Kamerlid, als Schepene heeft onze vriend al gegeven wat kon, stelde hij alles ten dienste zijner partij, zijner klasse, der gemeenschap wat hij bezat aan kennis en kracht.

Jan Lampens heeft een dik en goed vervuld werkersstrjdersleven gehad, op wien de partij steeds met fierheid zal mogen wijzen.

De werkende klasse onze organisaties zijn den vriend Jan Lampens veel, zeer veel verschuldigd en de jongeren zal Hij steeds tot voorbeeld kunnen en mogen strekken.

In naam der gansche partij drukken wij hier onze diepgevoelde deelneming en rouwbeklag uit aan de oude levensgezellin van den overleden strijder. aan zijne kinderen en kleinkinderen, aan zijne broeders die allen Jan om het meest eerden en iefhadden, die hem steeds een grooten steun zijn geweest, en die vooral in de laatste weken en maanden dat onze goede vriend op het ziekbed, die een vreeselijk lijdensbed werd is gekluisterd geweest, met de teederste en verkleefdste zorgen hebben omringd.

Jan, oude en trouwe kameraad, de partij zal u nooit vergeten !


(Extrait du Vooruit, du 23 juillet 1922)

Uit het Strijdersleven van Jan Lampns

Onze vriend Jan Lampens is den 31 December 1850 geboren, dus 71 1/2 jaren oud.

Van af zijn prilste jeugd moest hij aan den arbeid en leerde het houtbewerkersvak aan. Weldra ging hij over tot het meubelhoutwerk der piano, vak dat hij met ware liefde vervulde.

Wanneer de arbeidersbeweging in haar kinderschoenen stak en er sprake was van moderne socialistische vakbonden, was het Jan Lampens die op de bres de stond voor het stichten van den socialistischen Houtbewerkersbond.

In Februari 1905 vierde de Socialistische Houtbewerkersbond zijn 25-jarig bestaan en daar werd den stichter en voorzitter eene hulde gebracht die de deelnemers nooit uit het geheugen zal gaan.

25 jaar stond Jan dan aan het hoofd dier vereeniging welke hij niet als eenvoudige voorzitter bestuurde, maar waarvan hij den leider, de ziel was.

In alle omstandigheden was het Jan Lampens geweest die den vaderlijken raadgever was en met eerbied en ontzag werd hij steeds door zijne medewerkers en leden aanhoord.

Tot voor enkeIe jaren heeft hij die taak vervuld en tot op heden, na 42 jaar, was hij nog steeds op post als het syndikaat hem noodig had.

Het waren dan onze houtbewerkers die Jan Lampens in 1895 als Werkerskandidaat voor den Gemeenteraad benoemden, mandaat dat hij sindsdien onafgebroken heeft vervuld.

In den Gemeenteraad heeft Jan de zaak der werkers met talent, overtuiging verdedigd. Zijne rol als openbaar mandataris was hiermede niet ten einde, en in Mei 1908 zond het Arrondissement Gent-Eekloo onzer partij Jan naar de Kamer van Volksvertegenwoordiging, eveneens een mandaat dat hij eervol tot op het eind dat zijne lichamelijke krachten het-toelieten heeft vervuld.

Politieke gebeurtenissen zijn soms heel zonderling en leiden tot rare toestanden. Op gemeentelijk politiek gebied is zulks te Gent het geval geweest.

Op zeker oogenblik, in het begin van 1909, viel het liberaal homogeen kollege, en kwam een tweeledig socialistisch-katholiek kollegie tot stand, daar de liberalen weigerden er in te treden.

Korten tijd nadien werd onze vriend Jan Lampens naast Ed. Anseele en F. Cambier als onzen afgevaardigde in het schepenkollege aangesteld.

Hij bleéf zulks tot op heden, dag van zijn treurig afsterven.

Zijn Kamerlidschap vervulde Jan Lampens even verdienstvol en met toewijding, en als schepene werkte onze kameraad nijdig en onophoudend.

Wanneer in 1914 de oorlog met al zijne vreeselijke gevolgen kwam, bleef Jan Lampens als schepene der stad Gent trouw op zijn post, toen het monsterproces Roels, notaris te Sottegem, kwam. Dit proces werd door de Duitschers tegen een aanzienlijk aantal Belgen ingesteld, allen beschuldigd van spioeneering ten oordeele der geallieerde legers tegen Duitschland.

Onze oude kameraad werd insgelijks aangehouden en te Bergen opgesloten. Toen eindelijk het proces kwam, werden terdoodveroordeelingen en verbanningen uitgesproken. Jan Lampen werd naar Duitschland verbannen en in de kampen van Holzminden overgebracht. Daar leed de zedelijk getroffene en zieke vriend een martelaarsleven. temperament zelf, als gevoelvol mensch, van vrouw, kinderen, familie en vrienden weg, onzeker over den toestand van zijn zoon die zich aan ‘t front bevond, dat alles bracht er veel toe bij er lichamelijk onder te lijden.

Desniettemin hield hij moedig vol, hij zou alles tot het uiterste doorstaan. De zwaarste beproeving wachtte hem echter op dit oogenblik dat zijn toestand de meeste zorgen vereischte. Zoo werd Jan Lampens op zeker tijdstip van Holzminen, weggevoerd. Men zegde den brave dat hij naar Gent bij familie en vrienden mocht terugkeeren. Het hart van den ziekelijke strijder herleefde ; hij was vol hoop en zou opnieuw zijne plaats in familie en partij innemen.

Maar het Duitsche militarisme was laaghartiger ! In plaats van Jan naar Gent, midden zijne kinderen en familie, die hem met bang hart : hoe zal vader er uit zien, wachtten, te sturen, voerden de Duitschers hun slachtoffers naar de oorlogslijn te Cambrai, waar men hem als ZiviI-Arbeiter wilde don werken.

Dit was te veel voor onzen braven Jan, op na korte dagen werd hij meer dood dan levend, uitgemergeld en diep ondermijnd naar Gent overgebracht.

De liefderijke zorgen der zijnen herstelden hem min of meer, maar sindsdien kwam Jan de onderstane kwellingen en beproevingen niet meer volledig te boven.

Zoolang de oorlog duurde mocht Jan Lampens geen dienst meer doen alss bestuurder der stad, stond hij bestendig onder militair en politietoezicht, en moest hij elken dag naar het meldeamt gaan.

Jan Lampens haatte het Duitsche militarisme en het oorlogsaktivisme ; ht ondergane leed zal er ene groote schuld aan hebben gehad.

Tot op het laatste oogenblik was Hij onvermurwbaar tegen de Duitsche militaire en pro-Duitsche flamingantische vijander.

Wanneer de wapenstilstand kwam nam Jan Lampens opnieuw zijne plaats in het Schepencollege en in het Belgische parlement in. Hij vervulde zijn dienst, vertegenwoordigde zijne partij, zijne klasse, aan wier grootwording en verheffing hij zijn leven had gewijd, eervol, waardig en taktvol.

Maar de kiemen der zieke welke hij had opgedaan. de ouderdom welke hij bereikte, hielpen er aan mede om hem stilaan tot het ziekbed te slepen.

Maanden lang heeft Jan Lampens, onze koene voorkamper, vreeselijk geleden. Wel kwam hij er eens weer wat op, kon hij enkele malen eene zitting van het College en eene vergadering van den Gemeenteraad bijwonen, maar spoedig moest hij vaststellen dat het boven zijne krachten was. Hij moest terug te bed blijven.

Jan Lampens had eerst de « zonna », eene erg pijnlijk na-oorlogsche ziekte daarna den kanker in den kop : hij was veroordeeld.

… Moedig, ,net als in den strijd tegen den vijand van het proletariaat, weerstond hij den vijand die hem had aangevallen.

Geen oogenblik, zelfs in de uiterste omstandigheid niet. verloor Jan de hoop ; hij wachtte op den stond dat hij terug aan het werk zou kunnen gaan.

De geneesheeren, die alles aanwendden wat de wetenschap hen ter beschikking stelde, wisten beter ; de kinderen en broers die hem hunne teederste zorgen verleenden; de trouwe vrienden die hem bezochten zagen meer… het was met benepen hart, met betraand oog dat men den braven, zachtmoediger en teergevoeligen vriend Jan verliet.

Men voorzag het noodlottige uur dat (…) zou.

Dit uur is geslagen : Wij zullen onzen ouden strijder. Jan Lampens niet meer in onze rangen zien. Hij i Zaterdag morgen, om 6 uur, overleden.

De partij ondergaat en groot, zeer groot verlies. De voormannen verliezen een getrouwen medekamper.

Het heengaan van Lampens zal eene groote, onherstelbare leegte in ons midden laten.

Maar wij moeten soms schikken in het noodlot dat ons treft. Jan Lampens heeft een prachtig apostelleven voor de werkerszaak gestreden : hij heeft zich nimmer iets te verwijten gehad. De hulde, de eerbied van ons gansche proletariaat gaan tot hem.

Zulks is evenwel niet genoeg . waar ouder gaan moeten jongeren in de plaats.

Plicht is het, wil men het leven, het werk, den naam van Jan Lampens in eere houden en naar waarde huldigen, dat de leeggekomen plaats in de partij door tientallen wordt aangevuld.

't Is de beste hulde die mannen als Jan Lampens kan worden gebracht.

(Redactie «Vooruit»)


(Extrait de La Wallonie, du 24 août 1922)

Un nouveau deuil. vient de frapper le P. O. Cette fois, c'est la population travailleuse des Flandres qui est atteinte dans ses plus chères affections.

Notre ami, Jean Lampens, député et échevin de Gand, est mort samedi matin.

Il était né dans cette ville, le 31 décembre 1850. Ouvrier ébéniste, il fut des premiers militants ouvriers et participa notamment, de la manière la plus active, aux côtés de Van Beveren et d'AnseeIe, à la fondation et au développement du Vooruit, coopérative qui fut le levier de l'émancipation prolétarienne, dans la cité des Arteve!de.

La confiance des électeurs gantois avait porté Lampens à la Chambre dès 1908. En 1909, il assumait, en outre, l'échevinat de l'état-civil et des œuvres sociales. Dans toutes ses fonctions, tant comme administrateur du Vooruit, que comme député et comme échevin. Lampens montra le même dévouement à la cause de ses frères de classe. Sa simplicité, son affabilité lui avaient, au surplus, conquis toutes les sympathies à la Fédération gantoise, où il ne comptait que des amis.

Pendant l’occupation allemande, Lampens fut de ceux qui rallièrent et soutinrent toutes les énergies dans la défense des libertés nationales et communales. Il paya d'ailleurs de sa personne. Impliqué, en 1915, dans l'affaire d'espionnage Roels, de Sotteghem, il fut condamné à la déportation par le tribunal militaire de Mons. II fut envoyé au camp d'Holzminden, où il travailla, puis transféré, au début de 1917, sur le front de Cambrai. C'est là qu'il contracta la maladie qui devait, minant peu à peu ses forces, le conduire à un trépas que sa forte constitution ne laissait pas prévoir comme si proche.

La mort de Jean Lampens sera douloureusement regretté par la classe ouvrière de Flandre et de Wallonie, à laquelle il fit honneur et de laquelle il a bien mérité.


Voir aussi VANSCHONBEEK G. : Lampens Joannes^Baptist, dans Digitale encyclopedie van de Vlaamse Beweging (conulté le 15 février 2026)