Daens Pieter, Frans daensiste
né en 1842 à Alost décédé en 1918 à Alost
Représentant 1904-1918 , élu par l'arrondissement de Alost(DELAFORTIE L, Daens Pieter, dans Nationaal Biografisch Woordenboek, Bruxelles, 1964, vol. I, col 371-373)
DAENS, Pieter, volksvertegenwoordiger, gemeenteraadslid van Aalst, journalist en redacteur.
Geboren te Aalst op 10 juni 1842 en aldaar overleden op 26 maart 1918. Gehuwd met Louisa Mayart, bij wie hij vier kinderen had.
Daens genoot lager onderwijs in de stadsschool te Aalst en leerde daarna als leerjongen het drukkersvak te Aalst, Gent en Brussel. In 1870 kocht Daens het reeds sinds 1859 bestaande weekblad Het Land van Aalst. Op 16 aug. 1872 stichtte hij het katholieke weekblad De Werkman, dat de toenmalige katholieke partij steunde in de schoolstrijd tegen het liberale bewind en tevens de opgang van de arbeiders bevorderde. Verder was hij medestichter van de christelijke werkmanskring te Aalst en lid van de St.-Vincentiusvereniging, die de armen steunde. Daens ontving de pauselijke zegen voor zijn bedrijvigheid als journalist en vond instemming bij Mgr. Lambrechts, bisschop van Gent. Zijn twee bladen schreef hij bijna helemaal alleen vol. In 1891 verscheen er de pauselijke encycliek in over het lot van de werklieden, Rerum Novarum. De encycliek vond echter geen ingang bij de Aalsterse katholieke conservatieve partij en haar voorzitter, Charles Woeste, tevens staatsminister en vriend van Leopold II. Toen Daens in 1893 een groep democraten uit Ninove leerde kennen, besloot hij samen met hen een nieuwe partij op te richten. Danes betrok ook priester Daens in de strijd, die reeds verscheidene artikelen in de weekbladen van zijn broer had gepubliceerd. Van 1904 tot aan zijn dood was Daens volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Aalst. Daens was voorstander van een afzonderlijke Vlaamse christelijke democratische partij, maar priester Daens Wilde aansturen op een overeenkomst met de katholieke partij. Deze weigerde te onderhandelen, zodat de christelijke volkspartij een afzonderlijke werking begon, waarvan het programma door priester Daens werd opgesteld. Kandidaten werden voorgedragen voor de verkiezingen van okt. 1894. Daens bleef de christelijke volkspartij heftig verdedigen en klaagde met klem de geestelijke straffen aan die priester Daens troffen. Hij zelf zette er zijn broeder toe aan vol te houden. Na het plots overlijden van advocaat De Backer, kamerlid voor het arrondissement Aalst, werd Daens in 1904 tot volksvertegenwoordiger verkozen. Hij bleef dat tot aan zijn dood. Priester Daens verzoende zich met zijn bisschop en overleed in 1907. Daarna bleef Daens voortijveren voor een afzonderlijke democratische partij. Bij de verkiezingen in 1908 behaalde hij een opmerkelijk succes. Toen Planquaert in 1907-1908 een scheuring in de partij veroorzaakte, werd het geschil door Daens's verzoeningsgezindheid bijgelegd. In het parlement reageerde Daens scherp tegen de naasting van Kongo en tegen de politiek van koning Leopold II in het algemeen. Tijdens de schooldebatten van 1911-12 verdedigde Daens de schoolvrede op basis van gelijke toelagen aan alle scholen, wat zowel links als rechts werd afgewezen. In 1912 werd priester Fonteyne voor de volkspartij te Brugge gekozen, die evenals priester Daens in zijn geestelijke bediening geschorst was. Tijdens de verkiezingen van 1914 behaalde Daens te Aalst een groot succes. Planquaert voerde de kiesstrijd aan zijn zijde. Ze behaalden 20.117 stemmen (aanwinst 8.000). Na de oorlog versmolt de christelijke volkspartij met de frontpartij en ging op in het latere Vlaamse nationalisme. D. werd herhaaldelijk door de geestelijken afgekeurd, maar bleef vurig katholiek. Hij wilde de arbeidersstand uit zijn benarde toestand redden, met behoud van het geloof. Als journalist schreef hij behalve politieke artikelen ook talrijke feuilletons, die hij in boekvorm uitgaf, zoals : De laatste Novitie van Affgem (de abdij tijdens de Franse Revolutie); Het klein Baljuwken ; Leven van Bisschop Lambrecht ; Leven van Sint Antonius van Padua ; Thomas Morus ; Bavo en Lieveken of de wereld van de socialisten; Reis naar Rome ; Wolvus ; Genoveva van Brabant ; Leven van Sint Petrus. De feuilletons hebben doorgaans een historische grondslag. Zijn belangrijkste werk is een levensbeschrijving van zijn broeder priester Daens, verschenen te Aalst in 1909 onder de titel “Priester Daens volksvertegenwoordiger voor Aalst en Brussel. Zijn leven, zijn Strijden, zijn Lijden, zijne Dood en Verheerlijking”.
(Extrait de La Meuse, du 29 novembre 1924)
Pierre Daens, l’abandonné.
On songe à lui élever un monument à Alost
Que de souffrances rappelées !
Un monument à Pierre Daens, le brave vieux démocrate-chrétien alostois , mort si misérablement pendant la guerre ? Voilà l'Idée qui a surgi dans quelques esprits généreux. Je souhaite ardemment qu'une suite heureuse lui soit faite. Pour ma part, je souscris des deux mains à ce monument et à sa réussite. Il y a beaucoup de gens qui sont affligés de monument et dont on chercherait en vain « le pourquoi » dans leur vie. Je souscris donc à un monument à la mémoire de Pierre Daens, mais je souscrirais davantage encore à un monument élevé au « Daensisme. » Ainsi serait également glorifiée la mémoire de l'abbé Daens, créateur de ce mouvement d'où sont partis de nombreux jeunes gens qui ont fait fortune - et qui n'ont payé leurs maîtres que d’ingratitudes !
C'est, à l'école de l'abbé Daens, orateur savoureux, que se sont formés la plupart des démocrates-chrétiens qui ont brillé en politique mais qui, pareils à saint Pierre, ont renié ) définitivement ceux-là, leur vaillant pasteur.
Pierre Daens ! L’abbé Daens !
Que de souffrances n'ont pas endurées ces héroïques propagandistes, qui se levèrent spontanément à l'appel d'un grand pape I
Pierre Daens rappelait le type des premiers chrétiens. Il évangélisait toute la journée les pauvres hères qui, à cette époque, faisaient le trajet d'Alost-Grammont-Ninove à Bruxelles. C'était un spectacle plutôt douloureux.
Le matin. bien avant le jour, Pierre Daens prenait le « train-ouvrier » afin d’accompagner « ses » électeurs. Il pénétrait dans un compartiment de troisième classe ; à chaque gare, il changeait le wagon. Il remettait à tous ces bougres. au fond très doux, des brochurettes dont il était l'auteur et qui, outre une prière, contenaient le programme de son parti. Il fit cela jusqu’à ce que vint la guerre. Un beau matin, on apprit qu'il était mort. Il avait succombé aux maux provoqués par la misère plutôt qu'à tout le reste. D’ailleurs, son fils avait été tué au début des hostilités, à Haeren, je pense - et son gendre sérieusement. Blessé.
L'abbé, son frère. l'avait devancé dans la tombe. Une grande tristesse s'était emparée de celui-ci : ses amis le considérant maintenant comme dangereux. l'avaient abandonné à son triste sort et, malgré la sympathie dont il disposait universellement, il ne fut pas réélu député - tant il est vrai qu'on ne peut guère triompher en marge des partis.
Pierre Daens ! L'abbé Daens ! Tout le mouvement démocratique chrétien repose sur ces deux hommes, qui furent bons et désintéressés. Maintenant qu'ils ont cessé d'être « gênants », l'idée de leur élever un modeste monument au cimetière d'Alost, trouverait-elle « encore » des détracteurs ? Nous ne le croyons pas. Mais ne serait-il pas magnifique de voir nos démocrates-chrétiens le cette époque prendre la tête du mouvement et, dans une attitude de généreuse noblesse, élever eux-mêmes le monument à la mémoire de ces deux fidèles défenseurs des théories du pape Léon XIII ?
Valentin de MARCY
Voir aussi : VERDOOD G.-J., Daens, Pieter, dans Digitale Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (consulté le 30 janvier 2026)