Accueil Séances Plénières Tables des matières Législation Biographies Documentation Note d’intention

Borginon Gustave (1852-1922)

Portrait de Borginon Gustave

Borginon Gustave, Julien, Elie catholique

né en 1852 à Pamel décédé en 1922 à Pamel

Représentant 1912-1919 , élu par l'arrondissement de Bruxelles

Biographie

(Extrait du Standaard, du 18 octobre 1922)

In Memoriam Dr Gustaaf Borginon, geboren te Pamel den 29 Februari 185, overleden 15 October 1922.

Na schitterende studies behaalde hij in aan de Kath. Hoogeschool te Leuven het diploma van Dr in Geneeskunde, verwierf toen de reisbeurs, en bracht de jaren 1876 en 1677 door aan de Hoogescholen te Weenen, Parijs, Edimburg en Londen. Te Weenen en te Edimburg was hij de leerling en werd hij de vriend van de groote geleerden Billroth en Lister. De verspreide geschriften van laatstgenoemden beroemden heellkundige werden door Dr G. Borginon verzameld en in 't Fransch uitgeven, wat niet weinig bijdroeg tot de bekendmaking vu de antiseptische methoden in de heelkunde op het vasteland.

Sedert 1877 was Dr G. Borginon te Brussel gevestigd, waar hij als geneesheer een verdienstelijke en eervolle loopbaan heeft doorgemaakt.Hij stond bij alle collega’s zeer oog aangeschreven, zoowel om zijne degelijkheid als wetenschappelijk man, als wegens het streng plichtgevoel en de zelfvergeten menschlievendheld door hem aan den dag gelegd in de uitoefening van zijn ambt.

Dr Borginon werd in 1894 tot lid gekozen van de provinciale Geneeskundige Kommissie, en bleef het tot in 1900, wanneer hij, alhoewel herkozen ; zijn ambt neerlegde.

Hij stelde veel belang in de studie van beroepsaangelegenheden, en schreef in verscheidene tijdschriften, o.a. in “Le Scalpel”, vrij talrijke bijdragen ter verdediging van geneeskundige belangen. Als algemeen schrijver der “Federation Médicale Belge”, nam hij vooral een werkdadig aandeel aan de besprekingen betreffende de uitoefening van het ambt van geneesheer. Hij was tevens steller van het “Code de Déontologie de la Fédération Médicale”. Bij 't neerleggen van zijn ambt als schrijver werd hij in 1898 tot Eere-voorzitter van deze belangrijke vereeniging uitgeroepen.

Dr Borginon was eveneens Voorzitter-Bestuurder van de Pensioenkas van het geneesheerenkorps, en voorzitter der in 1902 door hem opgerichte “Mutuelle Médicale.”

Ten slotte mag niet onvermeld blijven dat hij onder de eerste medewerkers aan de Vlaamsche Natuur- en Geneeskundige Kongressen was, waar hij als spreker optrad, en o.m. in samenwerking met zijn ouderen broeder Dr Alfons Borgin een studie over Typhuskoorts voorbracht.

Het is echter vooral als katholiek en Vlaamsch strijder dat Dr Borginon in wijder kringen naam had verworven.

Hij is achtereenvolgens Provinciaal Raadslid geweest, dan, en gedurende lange jaren te Schaerbeek, Bestuurslid van de Katholieke kiesvereeniging te Brussel. In 1912 werd hij met nagenoeg 8000 voorkeurstemmen tot volksvertegenwoordiger van het arrondissement Brussel gekozen, en was tot in 1919 een der ijverigste leden van de destijds zeer kleine Kath. Vlaamsche Groep.

Dr G. Borginon was voorzitter geweest van den Kath. Vl. Oud-Hoogstudentenbond, en vertegenwoordigde Brabant in het Hoofdbestuur van den Kath. VI. Landsbond. Met zijn vrienden, Mijnraadsheer L. Joly Mr Pau] Gisseleire, Apotheker De Jaegheir, Karel Brants, was hij een der steunpilaren van den Kath VI. Bond van het arrondissement Brussel, waarvan hij herhaaldelijk het voorzitterschap waarnam.

De laatste vergadering waarop hij, juist acht dagen voor zijn dood, aanwezig was, er eene van de Kommissie voor de vervlaamsching van de Gentsche Hoogeschool, waarvan hij eveneens lid was.

Plaats ontbreekt hier om breedvoerig de werking van Dr Borginon in deze onderscheidene middens te schetsen. De vinnige debatten die, een vijftiental jaren geleden op den gemeenteraad van Schaerbeek de aandacht vestigden, en de rol daarin door Dr Borginon gespeeld zullen onze lezers nog niet geheel vergeten zijn.

Langs den kan zijner moeder – eene Lindemans - stamde Dr Borginon immers af uit een heel geslacht van onderwijzenden. Te Opwyck en te Pamel had de familie Lindemans gedurende nagenoeg anderhalve eeuw bloeitende kostscholen voor jongens, terwijl Mevrouw Borginon moeder zelf de stichteresse was van een meisjespensionaat, dat ook thans nog voortbestaat onder leiding van vier harer kleindochters.

Het zal dus wel geen louter toeval zijn dat het onderwijs en al de kiesche strijdvragen die er verband mede hadden vooral de belangstelling trokken van Dr Borginon.

Dat was het geval van af zijn eerst optreden in te politiek. Terwijl zijn vader tijdens de schoolstrijd in de jaren tachtig lokalen zijner kostschool te Pamel beschikbaar stelde om er de vrije school in te huisvesten, wierp zich de jonge dokter te Brussel van den strijd die weldra onder de leiding van Aug. Beernaert door een schitterende overwinning zou bekroond worden. 't Is in dien tijd dat Dr Borginon lid werd van den Provincialen raad van Brabant.

Ook in de Vlaamsche Beweging waren het vooral onderwijsvragen die hem tot optreden bewogen.

Hoewel van oudsher Vlaamschgezind, en alhoewel hij aan de Beweging reeds vroeg een werkzaam aandeel had genomen, o.m. ten tijde van de gelijkheidswet in 1898, was het vooral in den strijd rond het wetsvoorstel Cooremans op de vervlaamsching van het Middelbaar onderwijs dat Dr Borginon vooreerst op het voorplan drong, van groote volksvergaderingen optrad. Zoo was hij o.m. een der meest toegejuichte redenaars op de groote meeting te Antwerpen gehouden in 1906, naar aanleiding van de toen verschenen Bisschoppelijke Onderrichtingen. Hij nam het woord op studentenvergaderingen en groote volksmeetingen, en schreef ook talrijke artikelen om het Vlaamsch standpunt uiteen te zetten en te verdedigen, o.a. in “Le XXe Siècle” waar do heer Neuray, - quantum mutatus ab illo, - toen gretig flaminganten-kopij opnam, en in “La Flandre Libérale”, waartegen hij een langen pennestrijd voerde.

Geleidelijk was echter de hoogeschoolkwestie opgerezen, en werd de strjid voor de vervlaamsching van Gent het middenpunt van alle Vlaamse krachtinspanning voor den oorlog. Dr Borginon was van meet af aan een der vurigste voorstanders van de vervlaamsching. Ter verdediging van het Vlaamsche volksrecht, sprak hi], in een uiterst bewogen algemeene vergadering van de Katholieke associatie een zeer opgemerkte rede, die naderhand in drukvorm verscheen, en die behoort tot het beste dat, vooral in 't Fransch, over dit onderwerp verscheen.

Dit vluchtig overzicht, hoe onvolledig ook moge volstaan.

Zij die Dr Boginon kenden en zijn ongebroken werkkracht, zijn levenslust, zijn immer jeugdig gemoed, waren er zich zelf maar half van bewust, dat deze man, dien ze sedert altijd op ontelbare Vlaamsche vergaderingen hadden ontmoet, behoorde tot een geslacht van baanbrekers, waarvan de overgeblevenen al zeldzamer geworden zijn.

Men vergete niet dat hij reeds in 1875 de hoogeschool verliet, nog vóór in October 1876 Albrecht Rodenbach te Leuven kwam, en de flinke schaar in 't gelid stelde waaronder de namen van Dr Lauwers, Dr Alfons Depla, Pol De Mont, enz. wel bekend zijn.

In het College te Edinghen waar- hij zijne humanoria had gedaan, werd tweemaal in de week een halve uur Nederlandsch onderwezen !

Het is geen geringe verdienste van den overleden strijder, dat, hij, in dien tijd, en komende uit een verfranscht midden, trouw bleef aan taal en volk, en geleidelijk meer en meer van zijn invloed en zijn werkkracht beschikbaar stelde voor het werk der Vlaamsche ontvoogding.

Afkomstig uit het Payottenland dat reeds zoovele wakkere strijders aan Vlaanderen heeft gegeven, keerde hij vaak terug naar zijn geboortestreek, waarvan de eigenaardige schoonheid hem zoo lief was. Hij was er sedert 1914 voor goed teruggekeerd, en was met een fier genoegen dat hij er placht op te wijzen da.t het volk aldaar, dat hem nu eensgezind beweent, misschien wel het meest Vlaamschgezinde geworden was van gansch het land.

Hij is heengegaan, Op dezen mooien voormiddag in den herfst, terwijl de zon de boomen en vruchten kleurde in zijn tuin, waar hij zoo ve!e uren doorbracht, en zelf planten en bloemen verzorgde.

Gelijk iederen morgen was hij 's morgens beneden gekomen, en zat met de zijnen aan de koffietafel, wanneer hij zich plots ongesteld voelde. De kwaal scheen te zullen overgaan, en daar het Zondag was, had men alle moeite om hem te beletten naar de Hoogmis te gaan.

Pas had hij zich enkele oogenblikken ter rust gelegd, of hij viel buiten kennis, en ontsliep kort nadien, zonder lijden.


(Extrait de Ons Volk (Ontwaakt), du 29 octobre 1922)

Wijlen D Gustaaf Borginon

Met het heengaan van Dr Gustaaf Borginon die 15 October l. l., op een mooien herfstdag, kalm het hoofd voor eeuwig te rusten legde, is een schoone, groote figuur verdwenen. Groot vooral om hare innerlijke waarde. Want, deze man die, heftig als een paladijn, heeft gekampt voor het goede rechte der Vlamingen, had eigenlijk toch niet temperament van den strijder. Het was geen geweldenaar. Het was geen redenaar met meeslepend woord en gebaar. En toch heeft hij in zijn werkkring heel wat invloed uitgeoefend. Toch heeft hij, op politiek terrein, en daarbuiten, heel wat tegenstanders den mond gesnoerd, en werd hij vaak een geduchte debater die zich niet gemakkelijk liet uit den zadel lichten. Dit kwam omdat hij vooral was de man der studie, de man van het ernstig argument, dat gewicht in de schaal legde ; de geleerde. Wel toefde hij “in een abstracte wereld”, zooals zijn neef, de advokaat Rik Borginon, tijdens een gesprek over zijn oom, ons dezer dagen mededeelde. Zijne redeneering was er een die een streng didactisch karakter droeg, doch dit juist gaf haar een klemmende betoogkracht.

- Eigenaardig is het wel, aldus de advokaat Rik Borginon dat mijn oom in een totaal Franschsprekend midden werd groot gekweekt.

- Hij werd te Pamel geboren, is het niet?

- Ja. Ziehier eene photo van zijn woonhuis. In den rechtervleugel dezer woning werd nog in 1879 eene vrije katholieke school ingericht om de officieele te boycotten. De moeder zelf van mijn oom wijdde heel haar leven aan het onderwijs, en stichtte een meisjespensionaat. Te Pamel en te Opwijck had onze familie twee bloeiende kostscholen voor jongens, zoodat men gerust verklaren mag dat het intellectueele leven der omliggende dorpen haast heelemaal van haar uitging. Hieruit volgt vanzelf dat alle kultuur er in het teeken der Franschgezindheid stond. De kwaal des tijds. Mijn oom stamde dus werkelijk af van een geslacht van onderwijzenden, en zijne omgeving was niet van aard om hem het Vlaamsch te doen liefhebben. Desniettemin vlamde weldra, onder den druk der omstandigheden, de liefde voor eigen taal in zijn hart op. Zijn broer voelde eveneens Vlaamsch, wellicht nog hartstochtelijker dan hij. Dat mijn oom zijne Vlaamschgezindheid later vooral uitvocht op het terrein van het onderwijs, hield een logisch verband met het feit dat hij al heel vroeg een groot belang was gaan stellen in paedagogie.

- Gezien zijne afkomst en zijne omgeving lijkt het wel vreemd dat hij zelf geen leeraar is geworden.

- Ik meen te weten dat hem een hoogleeraarsstoel aangeboden werd. Het was nadat hij schitterende studiën gedaan had te Leuven, waar hij zijn diploma van doktor in geneeskunde verwierf. Toen polsde men hem over het aanvaarden van het ambt van leeraar in anatomie. Mijn oom moet echter dit aanbod van de hand gewezen hebben. Nadat hij de reisbeurs verkregen had, bereisde hij Weenen, Parijs, Edimburg, waar hij de hoogescholen bezocht, en intieme betrekkingen aanknoopte met beroemde geleerden als Billroth en Lister. Deze laatste geleerde vooral genoot als heelkundige een zeer gunstige faam. Mijn oom heeft naderhand zijne geschriften verzameld, en in het Fransch gepubliceerd. Dit heeft een nieuw licht geworpen op de antiseptische methoden in de heelkunde ten onzent.

- En dan is wijlen Custaaf Borginon zelf een behendig heelkundige geworden ?

- Lang heeft hij echter niet aan heelkunde gedaan. Na tweetal jaren, (hij had zich sedert 1877 als geneesheer te Brussel gevestigd, en had er aldra een drukke praktijk,) werd hij ziek. Hij Was een tijd lang als verlamd, en daar mijn oom zeer scrupuleus van aard was, durfde hij het naderhand niet meer aan de bistouri te hanteeren. Tijdens_zijne krankheid verbleef hij dan bij zijn broer, te Pamel, die insgelijks geneesheer was. In de dorpen rond Pamel, waar mijn vader Dr Alfons Borginon zeer populair was, had men er dan algauw een bijnaam op gevonden waarmede de boeren de beide geneesheeren, wier gestalte zeer verschillend was, betitelden. Den eene heetten zij “den grooten dokteur”. De andere, mijn oom, werd de “kleine dokteur”. Beiden hebben zich, als artsen, zeer verdienstelijk gemaakt, en niet het minst met het opsporen van de oorzaken der typhuskoorts, welke vooral hunne streek teisterde.

Hierover hebben zij dan ook eene studie voorgedragen op een der befaamde Vlaamsche Natuur- en Geneeskundige Kongressen, waarvan mijn oom een der eerste medewerkers is geweest.

- Hij heeft dan ook een gewichtige rol gespeeld in het Vlaamsch politieke leven der hoofdstad ?

- Gedurende vele jaren was hij gemeenteraadslid te Schaerbeek, en bestuurslid der katholieke kiesvereeniging van Brussel. Te Schaerbeek was hij een erkend leider der katholieke partij. In de Vlaamsche Beweging waren het vooral onderwijskwestiën die hem tot optreden noopten. Nochtans ook reeds in 1898, ten tijde der beruchte Gelijkheidswetn toen de geldigheid verkiezing van Juliaan De Vriendt en Verlinden de twee gekozenen der Vlaamsche Groep te Brussel, betwist werd, zette mijn oom zich schrap voor ons recht. Doch vooral toen het ging om de vervlaamsching van het Middelbaar Onderwijs, stond hij in de bres, en liet zich hooren op tal van volksvergaderingen en meetingen. Een redenaar in den eigenlijken zin van het woord, was mijn oom niet, doch hij trad naar voren met argumenten en cijfers, en dat sloeg in. En hij was ook niet gewoon er doekjes om te winden. Aldus, in de Katholieke Associatie te Brussel, waar hij een pleidooi hield voor de Vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool, verklaarde hij de zaak rijp overwogen te hebben, “ en voor al dezen, ging hij voort, die mij niet zouden begrijpen, heb ik slechts een gevoel van christene deernis !” Hij was een minnaar van betoogen, en stond daarbij steeds op paedagogisch standpunt. Zijne liefde voor argumenten welke hij bij de Fransche schrijvers zelf putten ging, - o.m. uit “Colette Baudoche” van Maurice Barrès - en dan tegen zijne tegenstrevers uitspeelde, bleek ook meermalen in de Kamer. Even graag polemiseerde hij om zijn gedachten te verdedigen, en aldus vulde hij destijds menige kolom van de XXe Siècle, met zijn betoogende proza. In die tijden, waarin een zeker gedeelte der Fransschrijvende katholieke pers zoo graag uitpakte met democratie, was het de h. Neuray, in hoogsteigen persoon, die naar mijn oom telefoneerde om een artikel in te sturen ten voordeele der vervlaamsching van het Middelbaar Onderwijs.... In La Flandre Libérale welke hem aangevallen had, voerde mijn oom weleer ook een lange polemiek die niet malsch was voor zijne vijanden.

- Alzoo heeft het Payottenland in den persoon van Dr Gustaaf een kranigen strijder te meer aan de Vlaamsche Zaak geschonken. Ook nog andere Vlaamsche voormannen werden in die streek geboren ; is het niet ?

- Voorzeker. Dichter Pol De Mont. Vollksvertegenwoordiger Frans Van Cauwelaert, die zulk een grooten invloed had op de studenten, en daardoor zelf rechtstreeks de ziel van het Payottenland bewerkte. In zijn jeugd kwam de Vlaamsche leider zoo vaak in het woonhuis van mijn vader te Pamel. Dan is daar ook Staf De Clerck, een stoere werker.

Hier volgen nog enkele aanvullende nota’s over de schitterende loopbaan van den afgestorven geleerde en Vlaamschen strijder :

Dr Borginon werd in 1894 tot lid gekozen van de provinciame Geneeskundige Kommissie, en bleef het tot in 1900, wanneer hij, alhoewel herkozen, zijn ambt neerlegde.

Hij stelde veel belang in de studie van beroepsaangelegenheden, en schreef in verscheidene tijdschriften, o.a. in Le Scalpel , vrij talrijke bijdragen ter verdediging van de geneeskundige belangen. Als algemeen schrijver der “Federation Médicale Belge” , nam hij vooral een werkdadig aandeel aan de besprekingen betreffende de uitoefening van het ambt van geneesheer, Hij was tevens opsteller van het “Code de Déontologie de la Fédération Médicale”. Bij ‘t neerleggen van zijn ambt als schrijver werd hij in 1898 tot Eerevoorzitter van deze belangrijke vereeniging uitgeroepen.

Dr Borginon was eveneens Voorzitter-Bestuurder van de Pensioenkas van het geneesheerenkorps, en voorzitter der in 1902 door hem opgerichte “Mutuelle Médicale”.

Hij is achtereenvolgens Provinciaal Raadslid geweest, dan, en gedurende lange jaren Gemeenteraadslid te Schaerbeek, Bestuurslid van de Katholieke kiesvereeniging te Brussel. In 1912 werd hij met nagenoeg 8000 voorkeurstemmen tot volksvertegenwoordiger van het arrondissement Brussel gekozen, en was tot in 1919 een der ijverigste leden van de destijds zeer kleine Kath. Vlaamsche Groep.

Ten slotte willen Wij hier nog een feit aanhalen dat boekdeelen spreekt over het edel hart van den betreurden doode. Tijdens den oorlog kwam hij tweemaal per week uit Pamel te voet naar Brussel, om er een ziek vrouwtje, dat geen duit bezat, en door den kanker aangetast was, met morphine in te spuiten.

De gedachtenis van dezen weldoener die de lichamelijke en geestelijke krankheid van zijn volk, met al de schatten zijner geleerdheid en zijner liefde verpleegd heeft, zal in eere blijven.


Voir aussi VANDEWEYER L., Borginon, Gustaaf, dans la Digitale Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (consultée le 14 mars 2026)